Spring naar inhoud

 


Halverwege 2016 is er een wijziging doorgevoerd in de wijze van noteren van de resultaten van het ECVO-onderzoek op het ECVO-formulier. De belangrijkste wijziging voor ons ras betrof (citaat uit de brief van september 2016 van dr. Stades en drs Heijn namens het NL-ECVO oogpanel): “dat een gevonden “erfelijke” of “als erfelijk beschouwde oogziekten” altijd worden aangevinkt, ook als van de oogafwijking bij dat betreffende ras geen problemen bekend zijn. Voorheen werd hiervoor “N.B.”gebruikt, waarmee werd aangegeven dat de betreffende oogziekte nog in onderzoek was en waarbij de rasvereniging werd geadviseerd dit te noteren zodat bij latere problemen door de afwijking deze dieren toch konden worden teruggevonden. Het zal nu dus voorkomen dat een oogafwijking wordt vermeld die bij dat betreffende ras (nog) geen problemen heeft opgeleverd. Dat heeft als gevolg dat in rasverenigingsreglementen niet meer eenvoudig kan worden gesteld dat de honden “vrij”moeten zijn van alle op het ECVO-vermelde oogafwijkingen.”

De NBC reageerde redelijk snel en wijzigde, na overleg met de voorzitter van het ECVO-panel, dr. Stades, het VFR. De wijziging houdt in dat er dispensatie bij het bestuur aangevraagd kan worden voor enkele (gradaties van) aandoeningen die voorheen een vrije ECVO opleverden en sinds de notatiewijziging niet meer: MPP, PHTVL/PHPV en RD (multi-focaal). Het bestuur dient daarbij unaniem te zijn.
Mijn belangrijkste kritiek op deze wijziging is dat men opeens aan aandoeningen waar voorheen zonder enkel probleem mee gefokt mocht worden, na een wijziging in noteren op een formuliertje, zwaarder tornt dan aan b.v. fokken met HD-C of met van EU (code 1) verdachte honden. Aan de ernst van de oogaandoeningen is niets veranderd, honden met deze gradaties hebben geen beperking van zicht en lijden niet onder deze afwijkingen.

Vanuit de BVN bleef het stil, wat ik erg verrassend vond aangezien een Briard met MPP (iris-iris)* in het recente verleden schijnbaar probleemloos veelvuldig is ingezet binnen de BVN, net als zijn nakomelingen.

Maar vandaag viel dan het clubblad op de mat en konden we naast een stukje van dr. Stades over MPP, het standpunt lezen van de FAC betreffende MPP (over de andere oogaandoeningen die nu anders genoteerd worden, zoals PHTVL/PHPV (graad 1) en RD (multi-focaal) wordt in alle talen gezwegen, terwijl deze ook bij de Briard voorkomen).

Wat allereerst opvalt aan de reactie van de FAC, is dat er zeer selectief wordt gerefereerd aan dr. Stades: “Hij stelt letterlijk dat dit bij een aantal rassen erfelijk wordt bepaald. Ernstige vormen moeten worden uitgesloten van fokkerij en lichtere vormen zouden niet geselecteerd moeten worden voor de fokkerij”
Ik lees in dat zelfde artikel van dr. Stades dat dit opgaat voor de rassen waarbij MPP een probleem is (dit is m.n. bij de Basenji het geval) en lees vervolgens in dat artikel “Met “MPP-Iris Niet Vrij” mag gefokt worden als het andere ouder dier hier “Vrij” van is.”
Ik begrijp, na het lezen van het artikel van dr. Stades dan ook niet de conclusie van de FAC dat er geen 'vrijstelling' zou mogen worden verleend aan de mogelijk erfelijke aandoening, MPP.

Verder zou ik willen refereren aan een brief van dr. Stades namens het Nederlandse ECVO-panel uit september 2017 waarin duidelijk wordt gesteld dat “Als er meerdere afwijkingen in een ras voorkomen zal men prioriteiten moeten stellen. Bijvoorbeeld: liever fokken met een hond met HD-A en MPP-iris “NIET VRIJ” dan met een hond “VRIJ” van oogafwijkingen en HD-B” . En betreffende de in de ECVO-manual genoemde adviezen met betrekking tot de fok met honden met aandoeningen zoals MPP bij de Briard, waar staat dat dit OPTIONAL is: “In het algemeen geldt voor het advies “OPTIONAL” het volgende: Komt een dergelijke afwijking heel weinig voor in de populatie (er zijn dan weinig dragers te verwachten) en is er een brede fokbasis, dan kan men beter streng zijn en de lijders uitsluiten. Maar dikwijls kan een rasvereniging deze 'luxe' niet permitteren, omdat de fokbasis dan te smal wordt”. Er wordt bij de Briard alleen in Nederland standaard ECVO-getest bij een klein deel van de populatie (de potentiële fokdieren), en dus de vraag hoeveel lijders er zijn, is niet te bepalen. Bovendien zijn er ernstigere gezondheidsproblemen binnen ons ras die LIJDEN veroorzaken bij de aangedane dieren (en hun baasjes). De fokbasis bij de Briard is klein (te klein) en er is sprake van een hoge mate van gemiddelde genetische verwantschap en we kunnen ons helemaal niet permitteren om goede genen weg te gooien.

Opvallend verder is de uitspraak “dat bij elke vorm van twijfel, inzake de mogelijkheid van erfelijke belasting, er gekozen moet worden voor zekerheid. Teveel en te vaak is er in het verleden om verkeerde redenen toch met een bepaalde erfelijke aandoeningen binnen rassen gedurfd te fokken”.
Ik durf te beweren dat inzetten van honden met bepaalde afwijkingen juist zekerheid kan geven. Laat me PHTVL/PHPV als voorbeeld nemen. We weten dat de genen zich niet altijd netjes aan het schoolboekje houden qua dominantie en we niet alles gemakkelijk kunnen indelen in lijders, dragers en vrije honden. De heterozygote vorm van PHTVL/PHPV is zichtbaar bij een ECVO-onderzoek (graad 1) en daarmee heeft het een groot voordeel t.o.v. aandoeningen/afwijkingen die wel in te delen zijn naar lijders, dragers en vrije honden, omdat we nu immers de “dragers” kunnen kennen aan de hand van een eenvoudig oogonderzoek en deze niet onopgemerkt blijven. Door honden met gradatie 1 in te zetten met een vrije partner, worden er geen homozygote dieren voor het afwijkende allel geboren (graad 2-6). Ook fijn is dat PHTVL/PHPV net als MPP al bij jonge pups onderzocht kan worden.
En daarbij; hoe zeker zijn we betreffende het genotype van fokdieren die HD-A, EU-vrij en ECVO-vrij zijn? Zolang het fenotype geen 100% weergave is van genotype, kun je zeker bij eigenschappen of aandoeningen die een lage tot gemiddelde erfelijkheidsgraad hebben (zoals karaktereigenschappen en HD) alleen een grote mate van zekerheid hebben door het toepassen van fokwaardeschatting; wanneer horen we de rasverenigingen daar eens over om dat te impliceren?
Teveel en te vaak zijn er in het verleden om verkeerde redenen honden uitgesloten van de fok, zijn waardevolle genen weggegooid en zitten we nu met een populatie van nauw verwante honden en kampen we met een gebrek aan genendiversiteit. En erfelijke aandoeningen hebben we nog steeds (die horen immers bij het leven) en zullen alleen toenemen door strengere selectie en hogere inteelt!

Vervolgens wordt er door de FAC nog gerefereerd aan de kritische geluiden in de Telegraaf en op Crufts. Geluiden die natuurlijk al veel langer te horen en te lezen zijn in diverse media, mede aangezwengeld door Dier en Recht en de rechtszaken die zij tegen vnl. rashondenfokkers aanspannen. Terechte kritische geluiden waar men zeker ook wat mee zou moeten doen. De vraag is alleen hoe.
Uit het verleden hebben we kunnen leren dat op grote schaal uitsluiten van fokdieren en het richten op een beperkt select groepje dekreuen en fokteven die fenotypisch de gezondste en mooiste honden zijn, een hele grote negatieve impact hebben gehad op  populaties rashonden. Men zou zich drukker moeten maken over het teveel inzetten van dezelfde populaire reuen, de te kleine effectieve populatie, de verwantschap, genendiversiteit en moeten zorgen dat zoveel mogelijk honden die gezond zijn, ingezet worden voor de fok, óók honden waarbij toevallig een smetje bij een oogonderzoek is gevonden, maar geen lijden veroorzaakt. Natuurlijk is dat best moeilijk met het hijgen van b.v. Dier en Recht in de nek, maar als we ons door die angst laten lijden, doen we meer afbreuk aan ons ras dan goed.
Een duidelijk voorbeeld is hierin de Golden Retriever een ras dat sowieso al een hoge mate van inteelt kent en waarbij 75% v.d. dieren Ichtyosis heeft. Een aandoening waar het gros van de honden op geen enkele wijze last van heeft (met een uitzondering waarvan de eigenaar geen gehoor bij de fokker vond en wel bij Dier en Recht en de rechter), die nu opeens een hot item is binnen de fok van dit ras. Veel fokkers kiezen voor de veiligheid een vrije reu, jammer genoeg is het aanbod daarvan beperkt.... het “popular sire” syndroom nieuwe stijl; ditmaal niet met de multi-kampioen, maar met de zichtbare-ziekten-vrije hond.

Bijzonder hoe beide rasverenigingen grote waarde hechten aan het ECVO-oogonderzoek en de uitslagen daarvan, terwijl fokdieren niet getest worden op aandoeningen die potentieel veel meer lijden kunnen veroorzaken, zoals ED, hartafwijkingen, rugafwijkingen, bloedafwijkingen, etc. Het lijstje met gekende erfelijke aandoeningen die ook bij de Briard voorkomen is immers heel wat langer dan waar op getest wordt. Overigens als je alles zou kunnen testen en je elk dier uitsluit wat ergens ook maar een kleine afwijking heeft wat mogelijk erfelijk zou zijn, dan valt er helemaal niets meer te fokken...

We weten wat de inteelt en verwantschap is binnen ons ras (als we zo eerlijk durven zijn om verder te kijken dan 5 of 10 generaties), we weten dat we tegenwoordig sowieso puppy's fokken die gemiddeld bijna 25% kans hebben op een nadelig effect t.g.v. inteelt. Aandoeningen waar we geen weet van hebben, maar in het genoom van de ouderdieren verborgen liggen.
Onderzoek bij diverse rassen, heeft aangetoond dat elke 10% inteelt, zorgt voor 10 maanden verkorting van het leven. Voor de Briard betekent dit bijna 2 jaar minder leven alleen ten gevolge van inteelt.
Inteelt en het krijgen van kanker hangen samen.
Inteelt heeft negatieve consequenties voor het immuunsysteem...
Blijven we alleen maar bezig met het aanpakken van de gevolgen van inteelt, keer op keer “nieuwe” aandoeningen er proberen uit te fokken door (over)selectie (wat meestal niet lukt), of gaan we nu eindelijk eens echt aan de slag met de OORZAAK van het probleem dat erfelijke aandoeningen zo'n groot probleem vormen bij rashonden?

* zie http://www.briardinfo.nl/uncategorized/over-oogaandoeningen-en-de-ogen-openen-voor-de-werkelijke-problemen-deel-2/

Referenties
brief ECVO Panel september 2016
brief ECVO Panel september 2017

error: Content is protected !!