Spring naar inhoud

Allereerst een overzicht van de (stamboom)nestjes met de berekende COI op basis van de gegevens zoals voorhanden in onze database voor respectievelijk het nest, de vader, moeder, het gemiddelde van de ouders en de daaruit voortvloeiende toe- of afname van de inteelt (∆F).

Hier ook nog een overzicht aangevuld met de AVK en het aantal unieke voorouders op 10 generaties (2046 mogelijke voorouders indien er alleen niet-verwante honden zouden zijn gepaard).

Hierna is nog de onderlinge kinship (k) tussen alle ouderdieren die dit jaar voor de fok zijn ingezet berekend en in schema gezet. Mean Kinship is een prachtige tool om genetische diversiteit (of een gebrek daaraan) binnen een populatie weer te geven en die ouderdieren te vinden die belangrijk zijn voor het behouden van zoveel mogelijk genetische diversiteit en in een handige oogopslag een juiste partner voor je hond te vinden qua genetische diversiteit. Hiervoor zou je ALLE fokdieren in een populatie in schema moeten zetten en zoals je zult begrijpen veranderen de getallen zodra er een hond in of uit de fok gaat. en heb je hier specialistische software voor nodig. Het Nederlandse bedrijf Dogs Global van dr. Pieter Oliehoek (www.dogsglobal.com) doet hierin prachtig werk voor al een aantal rassen. Onderstaande tabel geeft dus slechts een beperkte indicatie! De getallen zijn in deze afbeelding slecht te lezen, maar de kleuren zeggen genoeg: De gemiddelde k (de inteeltcoëfficiënt van een -fictieve- nakomeling van twee ouderdieren) tussen de gebruikte dieren is 22,96%, de rode blokken geven een k weer die hoger is dan deze MK, de groene blokken geven een k weer die lager is dan 20,66% (90% van de MK) en oranje zit tussen de 20,66-22,96.

Op basis van een op DNA geschatte COI, zullen deze cijfers hoogstwaarschijnlijk alleen maar hoger liggen. Hieronder zie je een overzicht van bij Embark geteste Briards, de COI van 26 % is van een Briard die op papier 22,71% scoort.

Fine-Scale Resolution of Runs of Homozygosity Reveal Patterns of Inbreeding and Substantial Overlap with Recessive Disease Genotypes in Domestic Dogs, Aaron J Sams, Adam R Boyko, 2019
Body size, inbreeding, and lifespan in domestic dogs, Jennifer Yordy, C Kraus, Adam R Boyko, 2019

 

Regelmatig verschijnen er op Facebook berichten met röntgenfoto's zoals hieronder, van de botten en gewrichten van jonge puppy's. Erg interessant om te zien natuurlijk, en de waarschuwing dat men voorzichtig moet omspringen met een zich ontwikkelend jong dier is belangrijk, maar jammer genoeg is een begeleidende tekst als "gewrichten bestaan nog volledig uit spieren, pezen en ligamenten bedekt met huid" incorrect. Dat iemand die geen basiskennis heeft van botgroei, dat bij het zien van deze röntgenfoto's denkt, is natuurlijk niet zo vreemd, maar erg jammer dat deze desinformatie zo verder wordt verspreid. In dit artikel proberen we kort uit te leggen hoe het dan wel zit.

 Bij een puppy bestaan de meeste botten nog voornamelijk uit kraakbeen. Kraakbeen is zachter dan bot. Bovendien is het buigzaam, net als het kraakbeen in b.v. de oren van een volwassen hond (of die van jezelf). 

Aan de uiteinden van de meeste botten zit een schijfvormig stukje kraakbeen. Dit zijn de groeischijven. De groeischijven blijven tot ze verbenen aan het einde van de groei,  bestaan uit kraakbeen. In de groeischijven vindt de lengtegroei plaats.

In de groeischijf wordt nieuw kraakbeen gevormd. De kraakbeencellen delen zichzelf: daardoor vindt dus groei plaats. De nieuwe kraakbeencellen duwen de uiteinden van het bot naar buiten. Het bot wordt aan de uiteinden dus steeds langer.

De kraakbeencellen maken ook een vezelige stof aan die matrix wordt genoemd. Deze stof is belangrijk voor de opbouw van het bot. Na een aantal celdelingen veranderen de kraakbeencellen in uitgerijpte kraakbeencellen. Deze uitgerijpte kraakbeencellen kunnen niet meer delen maar wel veel matrix maken. Na een tijdje verdwijnen die uitgerijpte kraakbeencellen en ontstaat er op die plek botweefsel. Daardoor schuift de groeischijf mee met het uiteinde van het bot, steeds verder weg van het midden van het bot.

Kraakbeen (cartilage in Engels) zie je niet op foto's, maar wel op MRI's, en dan zie je dat een puppy gewoon compleet wordt geboren en niet bestaat uit een pakketje losse botjes die bij elkaar wordt gehouden door spieren, pezen en ligamenten. Hieronder zie je een MRI van het heupgewricht van een puppy van één dag jong. 

Op onderstaande afbeelding zie je tekeningen van de ontwikkeling van het heupgewricht. Het grijs is het kraakbeen (wat je dus niet ziet op röntgenfoto's).

Waarom is dit belangrijk om te weten? Hoewel kraakbeen heel flexibel is, is het ook kwetsbaar voor vervorming door krachten van buitenaf (belasting, voeding, etc.). Ik vergelijk het zelf altijd met een emmer, die zijn best flexibel, maar als je er maar lang genoeg op gaat staan, of er misschien eens flink op gaat springen, vervormt die, zakt in, etc. en als je dat dan terugvertaalt naar vervormd kraakbeen welke vervolgens ossificeert (bot wordt) is het beeld vast duidelijk.

Hoe lang een bot doorgroeit verschilt niet alleen per bot, maar b.v. ook per ras. Veralgemeniserend kun je zeggen dat voor een ras als de Briard de snelle groeiperiode de eerste 18 weken behelst en de complete botgroei voltooid is tussen de 11 en 18 maanden.

 

error: Content is protected !!