Spring naar inhoud

Hoe fokken van de beste met de beste, slechter kan opleveren

Hoe fokken van de beste met de beste, slechter kan opleveren

Door dr. Carol Beuchat

Met toestemming vertaald door Briardinfo.nl en overgenomen van de website van het Institute of Canine Biology.

Er is onlangs een interessante studie gepubliceerd over de genetica van gedrag van de Mechelse Herder (Cao et al 2014). Dit is een werkhondenras die gebruikt wordt voor hetzelfde werk als de Duitse Herder (b.v. in het leger, beveiliging, etc.) en dus is gedrag van de hond belangrijk voor zijn functie. Mechelaars die goed presteren, met een goede drive en initiatief, hebben de neiging om cirkelgedrag te vertonen in besloten ruimtes, wat een vorm is van obsessief-compulsief gedrag. Honden die dit cirkelgedrag niet laten zien en honden die dit gedrag in hevige mate laten zien, presteren niet goed.

Het lijkt dat een gen (Cadherin2, CDH2, of genen in hetzelfde genetische blok), welke gelinkt is aan obsessief-compulsief gedrag in zowel de Dobermann als de mens, mogelijk ook betrokken is bij de manifestatie van deze graden van werk- en cirkelgedrag, van niet bestaan tot extreem, bij Mechelaars. Het behouden van het meest bruikbare, gematigde gedrag in de Mechelaar is een voorbeeld van iets dat "over-dominantie" genoemd wordt, in welke de heterozygote conditie (b.v. Aa) voordeel biedt boven een homozygote conditie (AA of aa).
Dit betekent dat het kruisen van twee honden die fantastische werkhonden zijn en heterozygoot, geen betere puppy's voortbrengen, omdat een deel van het nageslacht een gebrek zullen hebben aan drive en initiatief om goede werkhonden te zijn (AA), terwijl anderen een dubbele dosis van het CDH2-gen hebben en te nerveus om nuttig te zijn. Omdat de beste honden heterozygoot zijn, schijnt selectie de genencombinatie die de beste combinatie is van voordeel (goede werkhonden) en nadeel (gematigd cirkelgedrag), te bevoordelen.

Je zult misschien bekend zijn met andere voorbeelden van over-dominantie bij honden. Bijvoorbeeld de Whippet die met één kopie van een gemuteerd allel van het myostatine gen (die betrokken is bij de spierfunctie), significant sneller is dan honden met het normale gen, maar honden die twee kopieën hebben zijn overbespierd (Mosher et al 2007). Wederom is de heterozygote conditie superieur aan de homozygote opties.

Nog een ander interessant voorbeeld is de ridge van de Rhodesian Ridgeback, die veroorzaakt wordt door een dominante mutatie (Hillbertz et al 2007). Honden zonder de mutatie hebben geen ridge en honden met één kopie van de mutatie hebben de rasspecifieke dorsale ridge. Echter, honden met twee kopieën van het gen hebben aanleg voor een congenitale ontwikkelings stoornis genaamd dermoïd sinus. Honden zonder ridge worden gewoonlijk uitgesloten van de fok omdat dit als een fout wordt beschouwd, net zoals de honden met dermoïd sinus. Dus wederom, het genotype welke resulteert in het gewenste fenotype is de heterozygote conditie. Maar het paren van twee heterozygote honden levert geen betere ridges op, sommigen zullen geboren worden met ridge, sommigen zonder en waarschijnlijk enkelen met dermoïd sinus. (Dit is een simpel vierkant van Punnett vraagstuk.)

Dit zijn drie voorbeelden die verduidelijken dat "het beste met het beste" paren, niet resulteert in "beter", omdat de onderliggende gentica niet wordt begrepen. Het kan zelfs leiden tot het verwijderen van een hond uit de genenpool vanwege een genetische kwestie (b.v. een Mechelaar met extreem cirkelgedrag), terwijl juist deze hond voor de fok inzetten met een geschikte partner (b.v. een homozygote hond met lage drift) zou resulteren in heterozygote nakomelingen die de perfecte mix van motivatie en zelfcontrole zouden hebben. Evenzo, zou het gebruik van Ridgebacks zonder ridge, enkele nakomelingen opleveren die geen ridge hebben, maar het zou wel voorkomen dat er puppy's met dermoïd sinus geboren worden.

Met zoveel verschillende rassen die zich geconfronteerd zien met een groeiende lijst van genetische problemen als gevolg van het verlies aan genetische diversiteit, is het helemaal onbezonnen om honden te verwijderen uit de genenpool die gebruikt zouden kunnen worden om nakomelingen te produceren met het gewenste genotype (heterozygoot voor het gen van interesse) zonder de bijkomende schade aan puppy's met onacceptabele fenotypes.

Cao X, DM Irwin, Y-H Liu, L-G Cheng, L Wang, G-D Want, & Y-P Zhang. 2014 Balancing selection on CDH2 may be related to the behavioral features of the Belgian Malinois. PLos ONE 9(10): e110075.
Hillbertz NHCS, M Isaksson, EK Karlsson, E Hellmen, et al 2007 Duplication of FGF3, FGF4, FGF19 and ORAOV1 causes hair ridge and predisposition to dermoid sinus in Ridgeback dogs. Nature Genetics 39(11): 1318-1320.
Mosher DS, P Quignon, CD Bustamante, NB Sutter, CS Mellersh, et al. 2007 A mutation in the myostatin gene increases muscle mass and enhances racing performance in heterozygote dogs. PLoS Genetics 3: 779-786.

error: Content is protected !!