Spring naar inhoud

BRIEF ECVO-PANEL

Geschreven op 30-10-2017
Brief Wijzigingen n.a.v. Jaarvergadering ECVO-HED 2017-09-28 September 2017 Geachte Mevrouw/Heer, Geacht Bestuur

U ontvangt dit bericht van de Nederlandse ECVO HED oogpanel, omdat er een aantal wijzigingen in het oogonderzoek is aangebracht.

Onlangs heeft de jaarvergadering 2017 van het Hereditary Eye Disease Committee (HED Committee) van het European College of Veterinary Ophthalmologists (ECVO) plaatsgevonden.

Tijdens deze vergadering zijn onder andere nieuwe afspraken gemaakt over de: - definities; - wijze van onderzoek; - wijze van noteren op het Rapport-Oog-Onderzoek formulier; - advisering t.a.v. de (als) erfelijk(e) (beschouwde) oogafwijkingen (E-EBOZ); - aanvullingen op de lijst van rassen met hun specifieke rasafwijkingen.

Door middel van deze brief willen wij u van de hoofdlijnen hiervan op de hoogte stellen. Een nadere uitwerking is te vinden op de web site van de ECVO (ECVO.org), bij "Hereditary eye diseases”, vervolgens: "ECVO Manual” (handleiding).

Een belangrijke wijziging betreft de afwijking Ligamentum pectinatum abnormaliteit (Eng. PLA; ofwel goniodysplasie of goniodysgenese). Deze afwijking heeft een nieuwe naam gekregen. Voortschrijdend inzicht heeft opgeleverd dat ook de breedte van de kamerhoek (de hoek tussen de basis van de iris (of regenboogvlies) en de binnenzijde van de cornea (of hoornvlies) een belangrijke rol speelt bij het optreden van glaucoom (groene staar). De afwijking wordt nu als geheel omschreven als: IridoCorneale hoek (Angle) Abnormaliteit, in het Engels IridoCorneal Angle Abnormality, afgekort ICAA. Deze omvat ook het ligamentum pectinatum.

De voormalige type-indeling is gewijzigd. ICAA wordt nu bij het veld "Commentaar” op het rapport oogonderzoek aangegeven en dient door de onderzoeker te worden aangevinkt (de voormalig gradering was ingewikkeld en suggereerde een te grote mate van nauwkeurigheid). De beoordeling "onbeslist” is vervallen. Bij het resultaat van het oogonderzoek voor wat betreft ICAA komt nu alleen nog te staan of de afwijking in "geringe”, "middelmatige” of "ernstige” mate is vastgesteld. Een nadere uitwerking is te vinden in het hoofdstuk 6. "Guidelines”, pagina 8 van de handleiding.

Daarnaast dient de onderzoeker, alleen indien een van de andere op het formulier genoemde afwijkingen in een ernstige vorm aanwezig wordt bevonden, het hokje "ernstig” aan te vinken. In het hoofdstuk 6. "Guidelines” van de handleiding wordt nader omschreven wanneer een afwijking als "ernstig” moet worden aangemerkt.

In de handleiding vindt u in hoofdstuk 8. „The Veterinary Ophthalmologists’ Advice”, de adviezen ten aanzien van de fokkerij bij het vinden van (als) erfelijke(e) (beschouwde) oogafwijkingen. Hierin zijn voor elke oogafwijking de adviezen aangegeven en wordt ook het onderscheid gemaakt voor ernstige gevallen): Deze adviezen variëren van:

1- "OPTIONAL (Low priority)”: Het defect wordt als erfelijk beschouwd, maar er is nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor de wijze van overerven. De afwijking veroorzaakt geen directe bedreiging voor het gezichtsvermogen en veroorzaakt geen significante vermindering van de oogfunctie, geen significante pijn of ongemak voor het dier. De fokker moet zelf afwegen of het dier kan worden ingezet voor de fokkerij, bij voorkeur in overleg met de betrokken rasvereniging en/of de Raad van Beheer.

2- "NO BREEDING” met de hond met de afwijking: Er is duidelijk bewijs dat de afwijking erfelijk is, de wijze van overerven is min of meer bekend en/of de afwijking vormt een directe bedreiging voor het gezichtsvermogen, veroorzaakt significante vermindering van de oogfunctie en/of significante pijn of ongemak voor het dier.

3- "NO BREEDING” met de hond met de afwijking, de ouderdieren of de nakomelingen: Er is duidelijk bewijs voor de erfelijkheid en de wijze van overerven van de afwijking en/of de afwijking vormt een directe bedreiging voor het gezichtsvermogen, veroorzaakt significante vermindering van de oogfunctie en/of significante pijn of ongemak voor het dier. Dit geldt veelal voor afwijkingen waarvan de wijze van overerven zeer waarschijnlijk recessief is, waardoor de ouderdieren en de nakomelingen tenminste dragers van de mutatie zijn. Het inzetten voor de fokkerij van zulke dieren is alleen te overwegen als er een betrouwbare DNA test beschikbaar is, mits onder begeleiding van een geneticus.

In het algemeen geldt voor het advies "OPTIONAL” het volgende: Komt een dergelijke afwijking heel weinig voor in de populatie (er zijn dan weinig dragers te verwachten) en is er een brede fokbasis, dan kan men beter streng zijn en de lijders uitsluiten. Maar dikwijls kan een rasvereniging zich deze ‘luxe’ niet permitteren, omdat de fokbasis dan te smal wordt.

Als er meerdere afwijkingen in een ras voorkomen zal men prioriteiten moeten stellen. Bijvoorbeeld: liever fokken met een hond met HD-A en MPP-iris "NIET VRIJ” dan met een hond "VRIJ” van oogafwijkingen en HD-B. Ook dient men te beseffen dat als men een generatie heeft van bijvoorbeeld 100 honden, met 50 teven en 50 reuen, en men gebruikt maar twee of drie fokreuen omdat zij de mooiste zijn, men grondig inteelt (verhullend ook wel lijnteelt genoemd), met alle bezwaren van dien. Men kan beter een brede fokbasis van gezonde honden inzetten.

Het is aan de rasvereniging/Fok Advies Commissie om te beoordelen of het verantwoord lijkt een hond met het advies "Optional” of met een afwijking die als "middelmatig” aanwezig wordt beoordeeld (bijvoorbeeld bij de afwijking ICAA) in te laten zetten voor de fokkerij. U wordt aangeraden dit in uw Verenigingsfokreglement (VFR) op te nemen.

Zo is het nu aangegeven advies t.a.v. "Iridocorneal angle abnormality (ICAA)”: Gering of middelmatige vormen: OPTIONAL (volgens de huidige beschikbare wetenschappelijke inzichten). En indien deze honden worden gebruikt, deze alleen met "VRIJE” honden in te zetten bij de fokkerij. Bij een ernstige vorm van ICAA: NO BREEDING met de hond met de afwijking. Verder wordt geadviseerd de gonioscopie bij de rassen waarbij de ICAA een rol speelt voor de eerste inzet bij de fokkerij te laten verrichten. Daar uit onderzoek bij de Flatcoated Retriever is gebleken dat progressie bij de ICAA voor kan komen, wordt tevens geadviseerd bij rassen waarbij ICAA een rol speelt, de gonioscopie iedere 3 jaar te herhalen.

Afkortingen: E-EBOZ: erfelijke oogziekte / als erfelijk beschouwde oogziekte (zoals op het rapport oogonderzoek vermeld); waar in het bovenstaande erfelijke oogziekte wordt vermeld, wordt EBOZ bedoeld.

ECVO (European College of Veterinary Ophthalmologists (Europese Organisatie van erkende en geregistreerde oogspecialisten)

HED-Committee: Hereditary Eye Diseases Committee (commissie "erfelijke oogziekten” van ECVO

ICAA: IridoCorneal Angle (hoek) Abnormality)

Met vriendelijke groet,

Namens het Nederlandse ECVO-panel,

Dr. F.C. Stades, voorzitter

error: Content is protected !!