Spring naar inhoud

 

Regelmatig verschijnen er op Facebook berichten met röntgenfoto's zoals hieronder, van de botten en gewrichten van jonge puppy's. Erg interessant om te zien natuurlijk, en de waarschuwing dat men voorzichtig moet omspringen met een zich ontwikkelend jong dier is belangrijk, maar jammer genoeg is een begeleidende tekst als "gewrichten bestaan nog volledig uit spieren, pezen en ligamenten bedekt met huid" incorrect. Dat iemand die geen basiskennis heeft van botgroei, dat bij het zien van deze röntgenfoto's denkt, is natuurlijk niet zo vreemd, maar erg jammer dat deze desinformatie zo verder wordt verspreid. In dit artikel proberen we kort uit te leggen hoe het dan wel zit.

 Bij een puppy bestaan de meeste botten nog voornamelijk uit kraakbeen. Kraakbeen is zachter dan bot. Bovendien is het buigzaam, net als het kraakbeen in b.v. de oren van een volwassen hond (of die van jezelf). 

Aan de uiteinden van de meeste botten zit een schijfvormig stukje kraakbeen. Dit zijn de groeischijven. De groeischijven blijven tot ze verbenen aan het einde van de groei,  bestaan uit kraakbeen. In de groeischijven vindt de lengtegroei plaats.

In de groeischijf wordt nieuw kraakbeen gevormd. De kraakbeencellen delen zichzelf: daardoor vindt dus groei plaats. De nieuwe kraakbeencellen duwen de uiteinden van het bot naar buiten. Het bot wordt aan de uiteinden dus steeds langer.

De kraakbeencellen maken ook een vezelige stof aan die matrix wordt genoemd. Deze stof is belangrijk voor de opbouw van het bot. Na een aantal celdelingen veranderen de kraakbeencellen in uitgerijpte kraakbeencellen. Deze uitgerijpte kraakbeencellen kunnen niet meer delen maar wel veel matrix maken. Na een tijdje verdwijnen die uitgerijpte kraakbeencellen en ontstaat er op die plek botweefsel. Daardoor schuift de groeischijf mee met het uiteinde van het bot, steeds verder weg van het midden van het bot.

Kraakbeen (cartilage in Engels) zie je niet op foto's, maar wel op MRI's, en dan zie je dat een puppy gewoon compleet wordt geboren en niet bestaat uit een pakketje losse botjes die bij elkaar wordt gehouden door spieren, pezen en ligamenten. Hieronder zie je een MRI van het heupgewricht van een puppy van één dag jong. 

Op onderstaande afbeelding zie je tekeningen van de ontwikkeling van het heupgewricht. Het grijs is het kraakbeen (wat je dus niet ziet op röntgenfoto's).

Waarom is dit belangrijk om te weten? Hoewel kraakbeen heel flexibel is, is het ook kwetsbaar voor vervorming door krachten van buitenaf (belasting, voeding, etc.). Ik vergelijk het zelf altijd met een emmer, die zijn best flexibel, maar als je er maar lang genoeg op gaat staan, of er misschien eens flink op gaat springen, vervormt die, zakt in, etc. en als je dat dan terugvertaalt naar vervormd kraakbeen welke vervolgens ossificeert (bot wordt) is het beeld vast duidelijk.

Hoe lang een bot doorgroeit verschilt niet alleen per bot, maar b.v. ook per ras. Veralgemeniserend kun je zeggen dat voor een ras als de Briard de snelle groeiperiode de eerste 18 weken behelst en de complete botgroei voltooid is tussen de 11 en 18 maanden.

 

Door dr. Carol Beuchat.

Met toestemming overgenomen en vertaald vanaf de website van het Institute of Canine Biology

In de laatste decennia is het aantal genetische aandoeningen bij honden in een alarmerende snelheid toegenomen. Dit ondanks de ijverige inspanning van fokkers om gezonde honden te fokken. Waarom gebeurt dit?
Ik heb een basis stroomschema gemaakt om te illustreren hoe fokstrategieën gericht op het verminderen van genetische aandoeningen in een populatie, juist het tegenovergestelde effect hebben. Ik doorloop elke stap in het proces en je kunt dit volgen op de afbeelding van het stroomschema hieronder.
1) Laten we beginnen met een populatie honden in een gesloten genenpool zoals die hieronder in de linker cirkel. Omdat alle honden in de populatie van een klein aantal founders afstamt, zijn ze allemaal verwant. Paren van twee dieren levert waarschijnlijk nakomelingen op die homozygoot zijn voor enkele loci, dus dat ze twee kopieën hebben geërfd van een allel die voortkomt uit een gemeenschappelijke voorouder van beide ouderdieren. In het stroomschema, resulteert de inteelt stap gemiddeld genomen in een toename van homozygotie in het nageslacht.
2) elke hond draagt tientallen of zelfs honderden recessieve mutaties die geen problemen veroorzaken als er slechts een enkele kopie van de mutatie is en het andere allel op de loci normaal is. Maar als twee kopieën van de mutatie zijn geërfd, is er geen kopie van het normale allel, dus homozygotie vergroot de expressie van deze recessieve mutaties.
3) Homozygotie heeft bovendien meer schadelijke effecten op functies, zoals een verminderde vruchtbaarheid, kleinere nesten, hogere puppysterfte, kortere levensverwachting, etc. die we gezamenlijk “inteelt depressie” noemen. Inteelt verhoogt ook de incidentie van polygenetische aandoeningen zoals kanker, epilepsie, immuunsysteem gerelateerde aandoeningen, hart- en nierziekten en meer.
4) Honden met genetische aandoeningen worden meestal uit de fokpopulatie verwijderd.
5) Het verwijderen van honden uit de fokpopulatie verkleint de genenpool.
6) Kleinere genenpools hebben minder genetische diversiteit.
7) Met minder genetische variatie in de populatie, worden de genetische verschillen tussen individuen verkleind en hun gelijkenis en verwantschap vergroot.
8) Het paren van verwante dieren is inteelt, dus wederom resulteert deze stap in een toename van homozygotie.
Vanaf hier, hebben we nu een negatieve spiraal die weer terug gaat naar de bovenkant van de lijst met stappen. En opnieuw, de toegenomen homozygotie vergroot de inteelt depressie, het risico op kanker, epilepsie en andere polygenetische aandoeningen en de expressie van recessieve mutaties. Het resultaat van deze neerwaartse spiraal is de gestage verslechtering van de gezondheid van de populatie, generatie na generatie, tenzij er een geschikte interventie plaats vindt.
Laten we eens kijken naar de cyclus voor de hondenpopulatie in de cirkel rechts op de illustratie.
a) Fokkers zijn erg selectief over welke honden gebruikt worden voor de fok. In het algemeen wordt ongeveer 25% van de stamboom puppy’s uiteindelijk gebruikt voor de fok, dit is gewoonlijk dus niet meer dan 1 of 2 puppy’s per nest.
b) Dit betekent natuurlijk dat 75% van de puppy’s niet wordt gebruikt. Zij en alle unieke genen die zij mogelijk dragen worden daarmee uit de fokpopulatie verwijderd waardoor de grootte van de genenpool verkleind wordt.
c) Kleinere genenpools hebben minder genetische diversiteit.
d) Als er minder genetische diversiteit is, zijn de honden in de populatie genetisch gezien meer gelijk aan elkaar.
e) Het paren van honden die genetisch gelijk zijn, geven homozygotie in de nakomelingen.
f) Homozygotie vergroot de expressie van schadelijke mutaties.
Uiteindelijk voert dit pad in de stappen zoals we die al beschreven hadden die een neerwaartse spiraal vormen die de incidentie van genetische ziekten verhoogt.
Het doel van selectieve fok is om kwaliteitshonden te fokken. De twee fokstrategieën die we net beschreven hebben, het paren van verwante dieren (inteelt) en het paren van “de beste met de beste” resulteren niet in verbetering, behalve op de korte termijn. Op de lange termijn, beperkt het verlies van genetische diversiteit genetische verbetering omdat de populatie de genetische variatie die nodig is voor selectie, heeft verloren. Inteelt depressie en toegenomen incidentie van genetische aandoeningen verlaagt de kwaliteit van de groep fokdieren en verbetering –of alleen het behouden van kwaliteit- wordt steeds moeilijker. Zonder interventie, sterven populaties dieren die op deze wijze gefokt worden, uit.
Als je de downstream consequenties begrijpt van beslissingen in de fok, die zijn weergegeven als de stappen in deze stroomschema’s, kun je deze cyclus van genetische achteruitgang voorkomen. Als voorbeeld, de simpelste actie om te nemen is om minder beperkend te zijn omtrent met welke dieren gefokt wordt. Het fokken met 50% i.p.v. 25% van de gefokte puppy’s beperkt de uitputting van de genenpool. Het paren van honden die minder verwant zijn, verlaagt de kans op genetische aandoeningen bij de puppy’s, evenals inteelt depressie. Het vervangen van genen die in de populatie verloren zijn gegaan door outcross met een andere populatie (dat wil zeggen door een plan van rotatie-kuising) of introductie via een cross-breeding programma zal de genenpool vergroten en de effecten van selectieve fok beperken.
DNA testen zijn niet de heilige graal. Op zich, zullen ze niet resulteren in gezondere honden. Uiteindelijk is het, om de gezondheid van de stamboom honden te vergroten, nodig om de basis van de populatie genetica te begrijpen en een gedegen strategie voor genetisch beheer te volgen. Het probleem oplossen vergt begrip van de reden hoe sommige simpele veranderingen in de manier waarop we fokken, de kwaliteit van de honden die we fokken dramatisch kan verbeteren.

Een Ped(igree) Chart is een stamboom waarin alle bekende voorouders slechts één keer voorkomen en waarin de relaties worden weergegeven met lijnen van ouder naar kind. Zo kun je heel gemakkelijk in één opslag de structuur van een stamboom, fokstrategiën in heden en verleden, bottlenecks en oorsprong zien. Zie ook Wat is een Pedchart?

Hieronder de pedcharts van de nestjes Briards die in 2017 in Nederland zijn gefokt.
Je ziet vast wel dat de rechterkant van de stambomen identiek is voor alle nestjes; dat is evident aan de meeste rashonden; ze stammen allemaal af van een beperkt aantal honden die als eersten in het stamboek werden ingeschreven (de zgn. founders). Je ziet bottlenecks, waarbij de bottleneck door inteelt rond de jaren '60 vooral heel duidelijk is in alle stambomen hieronder. Met de software die wij gebruiken is nog veel meer mogelijk, maar het globale overzicht is gewoon al heel erg interessant. Zeker als je bedenkt dat het in ons ras nog heel gebruikelijk is om slechts naar 5 generaties te kijken. Eén rasvereniging baseert daarop zelfs haar fokadviezen betreffende gezonde puppy's fokken. Het nestje dat hieronder 22,1592% inteelt laat zien, voldeed niet aan de COI op 5 generaties die als gezond werd gezien, het nestje met een COI van 22,3886% daarentegen wél. Zie ook de grafiek onder de pedcharts.

Ben je geïnteresseerd in een pedchart van je Briard of voor fokkers je -geplande- combinatie; stuur ons een email (admin@infobriard.nl) en we sturen deze graag naar je toe. Ook een stamboomrapport behoort tot de mogelijkheden; daarin staan alle -bekende- voorouders met hun COI's COR's, percentage bloed en overzicht van de lijnteelt.

Inmiddels is de cursus Animal Breeding aan edx.org alweer 4 weken bezig. Aan de hand van 7 stappen wordt je hierin geleerd een gedegen onderbouwd fokplan te kunnen maken. Deze 7 stappen zijn:

  1. definitie van productiesysteem
  2. fokdoel
  3. informatie vergaren (fenotypes, familierelaties en genotypes)
  4. selectie criteria vaststellen (genetisch model en geschatte fokwaarden)
  5. selectie en paren (voorspellen en consequenties)
  6. verspreiding (structuur fokprogramma en crossbreed)
  7. evaluatie (verbetering, diversiteit)

Deze stof wordt in het Nederlands behandeld in een leerboek, ontwikkeld en beschikbaar gesteld door het Animal Breeding and Genomics Centre (ABGC) van Wageningen UR: "Fokkerij en Genetica voor het HBO", geschreven door Kor Oldenbroek en Liesbeth van der Waaij, die te lezen is via DEZE LINK

Briardinfo.nl is een initiatief van een aantal Briard liefhebbers die zich zorgen maken over de verwantschap en inteelt binnen ons ras en die zich willen inzetten voor het op duurzame wijze behouden van ons geliefde ras voor de toekomst . Via deze website willen wij met name kennis en inzicht bij fokkers, rasverenigingen en liefhebbers vergroten.

We zijn verheugd dat Carol Beuchat PhD, van het Institute of Canine Biology toestemming heeft gegeven haar artikelen te vertalen en hier te plaatsen. Ook zijn we de mensen van Genetic Counselling Service dankbaar dat wij enkele artikelen van hen hebben mogen overnemen om op deze site te plaatsen.
Waar nodig, geven wij een toelichting over hoe de situatie er bij de Briard voor staat. Belangrijkste is in ieder geval om bij het lezen van veel artikelen, om te onthouden dat de inteelt bij de Briard gemiddeld boven de 20% ligt.

Ook zal deze website een database gaan bevatten, waar je eenvoudig de Inteelt Coëfficiënt over ALLE generaties kunt laten berekenen van je hond of combinatie die je in gedachten hebt. Immers de 5 of 10 generaties die gebruikelijk zijn bij de Briard geven geen correcte weergave van de werkelijkheid*. Er wordt momenteel nog aan gewerkt om de database te optimaliseren voor deze website, maar mocht je al gegevens willen, kan dat via email: redactie@briardinfo.nl

Wij staan open voor vragen, kritiek, suggesties en aanvullingen.

*hier een voorbeeld ter illustratie hoe misleidend het rekenen over 5 of 10 generaties kan zijn. Dit is een grafiek van de Berner Sennenhond, maar het zelfde principe geldt voor de Briard.

 

error: Content is protected !!