Spring naar inhoud

Uitleg voor beginners

Aan het einde van de negentiende eeuw begonnen kennelclubs met stamboeken om ze kort daarna te sluiten voor nieuwe inschrijvingen. Stamboeken sluiten, zorgt er voor dat je een ras als het ware op een eiland zet, waar je geen nieuwe honden (genen) meer toelaat en ze alleen nog maar kunnen paren met honden op hun eigen eiland. Dat isoleren zal op den duur altijd problemen veroorzaken.

Stamboeken sluiten was om verzekerd te zijn dat de honden van een bepaald ras bepaalde kwaliteiten en eigenschappen hadden welke specifiek zijn voor dat ras. Als er minstens 1000 honden zijn op het eiland EN de honden kunnen zich ongelimiteerd voortplanten en hun eigen partners kiezen, dan zullen de honden heel lang -en misschien wel altijd- gezond blijven.

Als er in het begin al weinig honden waren en alleen een paar zich maar mochten voortplanten, dan heb je al snel een genetisch probleem. Dit komt omdat elke hond gemuteerde genen bezit. Dit kan een nieuwe oogkleur zijn of een ziekte en soms beide. Genen kunnen wel eens toevallig muteren en de enigste manier om daar achter te komen is als het ene gemuteerde gen de andere treft die exact hetzelfde is. Dit gebeurt gewoonlijk alleen wanneer honden dezelfde voorouder hebben.

Zo lang er genoeg genetische variatie is en de honden zich instinctmatig met de minst verwante voortplanten, zullen deze gemuteerde genen elkaar waarschijnlijk niet ontmoeten. Dan zullen ze ook nooit een probleem geven en zal niemand weten dat ze er zijn.

Wij mensen willen echter dat onze honden consistente eigenschappen hebben en raszuivere honden zijn dus niet willekeurig gefokt. Wij doen de partnerkeuze.

Gewenste kenmerken kwamen voort uit het gebruik -schapen hoeden in het geval van de Briard- maar later vooral uit schoonheidsidealen.
Wanneer we meer wilden van een bepaalde eigenschap was de makkelijkste manier om dat te krijgen via inteelt. Inteelt werd in de vijftiger jaren geadviseerd om onze veestapel en huisdieren te verbeteren.

Niet alleen zou inteelt puppy's produceren met allemaal de kwaliteiten die we wilden, maar er werd ook gezegd dat we gezondere honden zouden fokken. Soms is dat waar, inteelt is een weg om sommige gezondheidsproblemen kwijt te raken. Maar wat we toen niet wisten, is dat we dan weer andere creëerden.

Wanneer een groep dieren (dus ook mensen) geïsoleerd leeft, zullen probleemgenen in de populatie blijven. In de natuur hebben sommige gemuteerde genen een voordeel, maar vaker geeft het nadelen. Wanneer dieren met deze nadelen in de natuur worden geboren, worden ze gewoonlijk geëlimineerd voordat ze zich voortplanten.

Sommige eigenschappen hebben een bepaalde combinatie nodig van enkele genen om een verschil te maken in hoe het er uitziet of hoe het zich voelt. Er zijn ook ziektes die een paar of een groot aantal genen nodig heeft voordat ze zichtbaar worden.

Wanneer een populatie gevangen op een eiland zit zonder dat er nieuwe leden bijkomen, moet deze zich op den duur zich voortplanten met familieleden. Ziekten die veroorzaakt worden door zowel recessieve als complexe genen, zullen dan eerder te voorschijn komen. Dat is wat er gebeurt bij bijna alle hondenrassen.

Veel honden op ons "eiland" niet gebruiken, b.v. vanwege een verkeerde kleur of een aandoening die de hond geen hinder oplevert of niet erfelijk is, betekent verkleining van de genenpool. Dit is met veel rassen al gebeurd en met desastreuze gevolgen.

Bij de Briard is momenteel de verwantschap gemiddeld boven de 20% (ter vergelijking: broer-zus heeft een relatie coëfficiënt van 25%).

 

Om ons ras op dit moment het beste te helpen, moeten we weten welke honden in ons ras genetisch het minst met elkaar verwant zijn om op die manier de diversiteit op ons "eiland" te bewaren. Er zou meer diversiteit in de fokdieren moeten komen en minder  gebruik gemaakt moeten worden van de populaire dekreuen. Meer diversiteit betekent minder kans dat gelijke paren van probleemgenen zullen worden doorgegeven aan individuele honden.

 

 

 

 

 

error: Content is protected !!