Spring naar inhoud

FAQ

Veel gestelde vragen over IC: Begrijp de Inteelcoëfficiënt

Door Carol Beuchat PhD
Met toestemming vertaald door Briardinfo.nl en overgenomen van www.instituteofcaninebiology.org

Wat is de inteeltcoëfficiënt?
(IC of in het Engels COI, coefficient of inbreeding) Vroeg in de twintigste eeuw wisten fokkers dat het kruisen van verwante dieren, meer consistente dieren produceerde, met voorspelbare eigenschappen, maar ze ontdekten ook dat er verlies van vitaliteit en kracht optrad. Lagere vruchtbaarheid, kleinere nesten, kortere levensverwachting - zaken die het rendement en de kwaliteit van hun dieren verminderden en hoe hoger de mate van inteelt, hoe groter de nadelige effecten. Zowel de voordelen als de nadelen van inteelt zijn het gevolg van homozygotie (zie verderop). Daarom werd een berekening bedacht waarmee men de mate van inteelt van een bepaalde paring kon schatten, zodat fokkers een kwantitatieve manier hebben om zowel de voordelen als nadelen af te wegen.

Wat vertelt dat getal mij?
De IC is de kans op het erven van twee kopieën van hetzelfde allel van een voorouder die aan beide kanten van de stamboom voorkomt. Deze allelen zijn “identiek door afstamming”. De IC is tevens de fractie van alle genen van een dier die homozygoot zijn (twee kopieën van hetzelfde allel). Dus, voor een paring die resulteert in een nageslacht met een IC van 10%, is er een kans van 1 op 10 dat op een willekeurige locus er 2 kopieën van het zelfde allel zitten en 10% van alle genen in een dier is homozygoot.

Wat is een “goede” IC? Welke IC is “te hoog”?
Het oorspronkelijke doel van de IC was om fokkers een getal te geven welke een indicatie zou zijn van zowel de te verwachten voordelen van inteelt als de omvang van de nadelige effecten die ze zouden kunnen verwachten. De truc voor de fokker is dan om de voordelen en risico's van een bepaalde paring af te wegen en te beoordelen wat een acceptabele balans is. Een lage IC heeft een laag risico, mar zal ook maar een bescheiden voordeel hebben. Een hoge IC geeft meer consistentie en betere voorspelbaarheid van de nakomelingen, maar er zal ook een significant verlies zijn van gezondheid en levenskracht. De nadelige effecten van inteelt worden zichtbaar vanaf een IC van 5%. Bij een IC van 10% is er een significant verlies van vitaliteit in de nakomelingen en een toename in de expressie van schadelijke recessieve mutaties. Het gecombineerde effect hiervan maakt dat 10% het begin is van de zogenaamde “spiraal van uitsterving”; de mate van inteelt waarop kleinere nesten, hogere sterfte en de expressie van genetische defecten een negatief effect hebben op de populatiegrootte. En als de populatie steeds kleiner wordt, stijgt het inteeltpercentage en resulteert dat in een negatieve spiraal welke uiteindelijk tot uitsterving leidt.

Dus in termen van gezondheid is een IC onder de 5% het beste. Erboven zijn er nadelige effecten en risico's en die fokker moet hierin een afweging maken. Een IC van 5-10% zal een klein nadelig effect hebben op de nakomelingen. Een IC boven de 10% zal significante effecten hebben, niet alleen op de kwaliteit van de nakomelingen, maar ook nadelige effecten voor het ras.

Ter vergelijking: een paring van neef-nicht geeft een IC van 6,25% (in veel milieus wordt dit gezien als incest en is het bij wet verboden). Paring van halbroer-halfzus geeft een IC van 12,5%, paring van broer-zus geeft een IC van 25%
(Aanvulling van de redactie van Briardinfo.nl: Bij de Briard in Europa ligt de IC gemiddeld boven de 20%)

Moet ik nog steeds rekening houden met de IC als ik gezondheidstesten uitvoer?
JA. Voor genetische aandoeningen die veroorzaakt worden door een enkelvoudig recessieve mutatie, voorkomt de DNA test het risico van 1 op 4, op een lijder bij het paren van 2 dragers. Dus, de test elimineert een risico van 25% voor de aandoening veroorzaakt door die mutatie.
Echter elke hond draagt vele mutaties en er is geen manier om dat te weten als een hond er maar 1 kopie van heeft en ze dus niet tot uitdrukking komen. Als je 2 honden paart met een aantal dezelfde mutaties, kun je er van uitgaan dat 25% van de nakomelingen er homozygoot voor zal zijn. Veel van deze mutaties hebben enkel geringe effecten en je zult er weinig van merken als “ziekte”, maar het is een accumulatie van deze kleine effecten die het verlies aan kracht en vitaliteit in ingeteelde dieren, de zogenaamde inteelt depressie, veroorzaakt. DNA testen zeggen iets over 1 bepaald gen, een bekend risico. Maar als de IC van een nest 25% is, kun je verwachten dat 25% van de schadelijke mutaties zich zullen uiten in elke pup.

Om gezonde dieren te fokken, moet je rekening houden met ALLE potentiële risico's en van 1 ding kunnen we zeker zijn en dat is dat er veel meer recessieve mutaties zijn dan degene waar DNA testen voor beschikbaar zijn. Waarom zou je investeren in DNA testen die er voor je ras beschikbaar zijn om vervolgens een nest te fokken waarin 15%, 25% of 45% van de andere mutaties in elk dier tot uiting zullen komen?

Je moet niet vergeten dat de IC geen graadmeter voor gezondheid is. Het is een graadmeter van RISICO en met of zonder DNA testen, is het de beste manier om de mate van het genetisch risico dat je neemt bij het fokken van een nest te beoordelen.

Hoeveel generaties moet ik gebruiken bij het berekenen van de IC?
Als je wilt weten wat de kans is op het erven van 2 kopieën van een allel (goed of slecht) van een voorouder, moet die voorouder wel in je database staan. Heb je een database met alleen ouders en grootouders, kan de IC je niets vertellen over de kans op het erven van 2 kopieën van een allel van de betovergrootvader. Een IC van een 5-generatie stamboom geeft een inschatting van de kans op het erven van 2 kopieën van hetzelfde allel van alleen de dieren welke in die 5 generaties aan beide kanten van de stamboom voorkomen.

Maar het hele punt van de IC was juist om fokkers een manier te geven om de potentiële voordelen en risico's die zouden voortvloeien uit homozygote genen te kunnen afwegen. Daarom moet je ALLE voorouders van een hond in de database hebben en voor raszuivere honden, betekent dit een database die teruggaat tot de eerste geregistreerde honden van dat ras, de founders.

Hoe minder generaties gebruikt worden voor de berekening van de IC, hoe “beter” (oftewel lager) het lijkt te zijn. Maar dit is geen juiste beoordeling van de werkelijke mate van homozygotie in een hond en geeft niet de werkelijke mate van inteeltdepressie en risico op genetische aandoeningen weer.


Deze grafiek laat zien hoe de IC, berekend voor 5 honden van hetzelfde ras varieert, gebaseerd op het aantal generaties wat is gebruikt voor de berekening. Je moet op zijn minst 8-10 generaties gebruiken, 20 generaties is nog beter. En natuurlijk, voor de meest betrouwbare schatting, zou je de hele stamboom tot aan de founders moeten gebruiken.

Aanvulling briardinfo.nl: onderstaand enkele IC's van de nesten Briards die in 2016 en 2017 in Nederland zijn geboren, afgezet t.o.v. het aantal generaties waarover deze berekend is. Ter aanvulling: de berekening die de software in Breedmate maakt, nemen inteelt van honden in de generaties waarover gerekend wordt, ook al mee, ook als deze inteelt niet zichtbaar is in alleen deze generaties, vandaar dat cijfers hierin anders (hoger, maar dus wel correctere weergave van de realiteit) zijn dan b.v. Het bij Briardfokkers veel gebruikte Barnim laat zien op 5 en 10 generaties.

Wat als er gegevens missen?
Een hond die 1 of 2 voorouders mist, is losgekoppeld van zijn voorouders, dus “op papier”kan het niet 2 dezelfde allelen erven en de IC wordt onjuist berekend op 0%. uiteraard beïnvloed dat ook de IC berekeningen van alle nakomelingen van die hond. Een manier om dit te omzeilen is om een “virtuele” hond te creëren voor de missende dieren en die een voor die generatie gemiddelde IC toe te kennen. (noot briardinfo.nl: dit is in onze database nog niet gebeurd, dus bovenstaande grafiek geeft een niet geheel correcte weergave van de werkelijkheid weer, de werkelijke IC ligt nog iewat hoger).

Kan ik de IC gebruiken om het risico op erfelijke aandoeningen te verminderen?
Absoluut! Dat is exact waarvoor het ontworpen is. Maar onthoud dat de IC een schatting is van het verwachte verlies van kracht en algemene gezondheid als gevolg van de expressie van recessieve mutaties. Behalve tijdens de ontwikkeling van een nieuw ras wanneer je inteelt wilt gebruiken om het type vast te leggen, moet je ernaar streven de IC onder de 10% te houden om een redelijk voordeel te behalen tegen een bescheiden risico.

Ohoh. Wat als het inteeltpercentage in mijn ras al te hoog is?
De gesloten stamboeken voor rashonden leiden noodzakelijkerwijs tot inteelt en in vele rassen is de gemiddelde IC al hoog. Dit is de reden van de gestage toename van genetische aandoeningen die optreden en tegelijkertijd maakt de lagere vruchtbaarheid, de kleinere nesten en de hogere puppysterfte het fokken steeds moeilijker.

De eerste optie is het gebruikmaken van de genetische diversiteit die nog bestaat binnen je ras. Identificeer de lijnen die niet nauw verwant zijn aan je eigen lijnen en zelfs als deze dieren niet je eerst keus zouden zijn qua type; een paring met een lage IC als uitkomst zal de gezondheid in de volgende generaties ten goede komen. Een genetische analyse van de database van je ras kan helpen de minder verwante honden te vinden met behulp van cluster analyses (noot briardinfo.nl: zie b.v. Onderzoek van Oliehoek). Ga er niet vanuit dat dieren uit andere landen of uit andere lijnen minder verwant zijn. Bereken de IC van een mogelijke paring in een database die teruggaat naar de founders. Een “outcross” met een hond die minder verwant is dan je dacht, kan voor vervelende verrassingen zorgen in je nest.

Wat als mijn ras zo is ingeteeld dat er geen onverwante honden te vinden zijn?
Helaas kampen veel rassen met dit probleem. Elke generatie gaat er onvermijdelijk genetische diversiteit verloren in een ras (door genetische drift en selectie door fokkers).Om die diversiteit te herstellen en de IC te verlagen heb je een manier nodig om genen terug te halen door een paring met een niet verwante hond, waarschijnlijk een ander ras. Is je ras al sterk ingeteeld en kampt het met significante gezondheidsproblemen, dan is dit geen sinecure. De dieren voor een outcross moeten zeer zorgvuldig worden geselecteerd. Bijvoorbeeld, paren met een ander hoog ingeteelde hond, zelfs van een ander ras, zal pups produceren die elk hetzelfde allel zullen hebben van de genen die homozygoot waren in het ouderdier. De sleutel tot het beheersen van recessieve mutaties in welke populatie dan ook is om ze zeldzaam te houden, dus honden toevoegen aan de populatie die veel dezelfde mutaties delen is vragen om problemen. Het toevoegen van nieuw genetisch materiaal in een ras vereist een goed onderbouwde strategie die is uitgewerkt voor minstens de volgende 4 tot 5 generaties. Eén enkele outcross gevolgd door achtereenvolgens weer terugkruisen in het ras zorgt er voor dat het grootste deel van de genetische diversiteit die je hoopte in het ras te brengen weer verdwijnt. Je moet minstens beginnen met een zorgvuldig opgesteld plan door genetici met de middelen om het goed te doen.

Het in de eerste plaats vermijden van een hoge mate van inteelt, is veel gemakkelijker dan proberen het te repareren nadat inteelt een probleem is geworden. Fokkers zouden moeten samenwerken om de inteelt van hun ras te monitoren zodat ze allemaal kunnen profiteren van gezondere pups die aan hun verwachtingen voldoen, nu en in de toekomst.

error: Content is protected !!