Spring naar inhoud

Genetische aandoeningen bij kruisingen en rashonden


Onlangs is er een onderzoek gepubliceerd naar de Frequentie en verdeling van 152 varianten van genetische aandoeningen bij meer dan 100.000 kruisingen en raszuivere honden. (Donner et al. 30 april 2018)

Net als elk mens, kan een hond lijden aan of een variëteit aan genetische aandoeningen doorgeven Kennis van hoe waarschijnlijk een bepaalde hond een erfelijke aandoeningen in zijn genoom draagt; en welke aandoeningen het meest voorkomend en relevant over de rassen heen zijn, is belangrijk voor zowel de diergeneeskunde als voor het fokken van gezonde honden. Er is beperkte data van frequenties van varianten van genetische aandoeningen over de rassen heen en de overerving van ziekten bij kruisingen blijft tot op heden een weinig onderzocht gebied.

Ontwikkelingen in genetische screening technologieën maken het nu mogelijk om uitgebreid onderzoek te doen naar de overerving van ziekten bij honden en genereren van gezondheidsgerelateerde data die in actie omgezet kan worden. De onderzoekers van deze studie hebben een populatiescreening gedaan van de varianten van Mendeliaans overervende aandoeningen waarbij men data onderzocht van meer dan 83.000 kruisingen en 18.000 raszuivere honden. .
De onderzoekers vonden dat kruisingen en rashonden potentieel lijden aan veel dezelfde genetische aandoeningen en ongeveer 2 op de 5 honden (40,5%) was drager van ten minste één kopie van de geteste aandoeningen. Hoewel de meeste geteste aandoeningen wel één keer gevonden werd in de geteste samples, zorgden ongeveer 30 veel voorkomende aandoeningen voor het overgrote aandeel van de geobserveerde ziekten. Zulke wijdverspreide ziekten zijn waarschijnlijk van oude herkomst. Andere zijn ras- of lijnspecifiek.

Vervolgens onderzocht men 9 recessieve aandoeningen die in zowel kruisingen als rashonden wijdverspreid aanwezig zijn: DM, prcd-PRA, HUU, CES, vWD 1, EIC, MDR1, PLL en FVII deficiëntie. Kruisingen waren 1.6 x vaker drager van een algemeen voorkomende recessieve aandoening. Toen men echter keek naar de homozygote toestanden, zagen ze een tegenovergesteld beeld: rashonden waren 2.7 x vaker homozygoot voor tenminste één van de aandoeningen. Dit geeft op genotype gebaseerd bewijs voor heterosis, hybride-kracht.

De onderzoekers hebben verder aangetoond dat enkele mutaties ook gevonden werden in andere rassen waarbij deze mutatie in de literatuur nog niet beschreven was. Verder onderzoek is nodig of gevonden mutaties over de rassen heen tot ziekte lijden, of rasspecifiek zijn. In het artikel geeft men enkele cases weer van kruisingen waaruit waarschijnlijk blijkt dat in ieder geval enkele mutaties ook bij kruisingen tot hetzelfde fenotype lijden. Aandacht voor genetische aandoeningen bij kruisingen is dus volgens deze onderzoekers gerechtvaardigd (noot: merk op dat de onderzoekers  o.a. bij Genoscoper Laboratories werken en dus belang hebben bij zoveel mogelijk DNA-testen).

Verder kijkend dan de aandoeningen die nu getest kunnen worden, dragen alle honden- rashonden én kruisingen- waarschijnlijk een aantal schadelijke mutaties. Een hond die een genetische aandoeningen draagt is geen “slechte hond”- maar wij als de verantwoordelijken voor fok selectie moeten duurzame keuzes maken en inteelt vermijden.

 

Referentie
Donner et al, 30 april 2018, Frequency and distribution of 152 genetic disease variants in over 100,000 mixed breed and purebred dogs
https://doi.org/10.1371/journal.pgen.1007361

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!