Spring naar inhoud

KARAKTER


Om een beeld te krijgen van het karakter van de Briard, is het belangrijk om naar zijn oorspronkelijke werk te kijken, waarin hij redelijk zelfstandig zijn kudde hoedde en bewaakte. Honden die redelijk zelfstandig kunnen werken, zijn minder volgzaam/slaafs dan honden die altijd met een baas samen werken, iets wat wij mensen al snel vertalen naar eigenzinnigheid of eigenwijsheid.
Ook een zeker wantrouwen naar vreemden, het even de kat uit de boom kijken, wat vaak wordt genoemd als karaktereigenschap van de Briard is hierdoor te verklaren; immers is niet altijd meteen duidelijk of iets of iemand een bedreiging is voor je kudde.
Een aanleg voor alertheid en waken, beschermingsdrang, de boel willen regelen, het bij elkaar willen houden van de kudde (of gezinsleden), gevoel voor grenzen, sterke band met zijn familie, het is de Briard niet vreemd vanuit zijn oorspronkelijke werk.

Natuurlijk wordt geen enkele hond geboren met een vaststaand karakter. Gedrag en werkeigenschappen ontwikkelen zich onder invloed van omgevingsfactoren, zoals mate van socialisatie, opgedane negatieve ervaringen, wisselwerking met eigenaar, voeding, training, etc. In feite is het zo dat uit al het gedane wetenschappelijke onderzoek naar gedrag en werkeigenschappen, blijkt dat het verschil in gedrag wat je ziet tussen een volwassen honden, voor het grootste gedeelte verklaard kan worden door verschil in omgevingsinvloeden (Hradecká et al.).

De eigenschappen waarop in het verleden intensief is geselecteerd om een goede werkhond te fokken, kunnen met een goede socialisatie, een goede band met de baas en evt. andere gezinsleden en dieren, training, etc. een fijne hond opleveren die voldoet aan het ideaal plaatje zoals in de rasstandaard omschreven: “De Berger de Brie heeft een evenwichtig karakter, niet agressief, noch angstig. De Briard moet wijs en onverschrokken zijn.”
De eigenschappen waarop bij de fok geselecteerd werd, kunnen echter ook bij andere omgevingsinvloeden, gemakkelijk een totaal ander plaatje dan het ideaalbeeld opleveren.
Een niet goed begrepen zelfstandig karakter kan leiden tot botsingen met de eigenaar waarbij de hond agressie kan inzetten. Bewakingsdrang die niet goed begeleid wordt, kan leiden tot agressie naar bezoek. Wantrouwen, alertheid kan uitgroeien tot angst(agressie)gedrag als er niet voldoende gesocialiseerd is, etc. etc.
Het is dus uiterst belangrijk dat naast een goede start bij de fokker, de Briard een goede verdere socialisatie krijgt in zijn leven (dat is: opdoen van POSITIEVE ervaringen), een goede begeleiding tijdens de angstfases, puberteit en tijdens de adolescentie (deze perioden zijn van praktisch even groot belang als de puppy-tijd voor het volwassen karakter). De Briard is pas laat volwassen. Dus zeker de eerste drie jaar zul je veel tijd en energie moeten stoppen in socialisatie, training en het ontwikkelen van een goede band met je Briard.

Dan hebben we nog zoiets als temperament/persoonlijkheid. Dit betreft het individuele dier en is binnen een ras net zo divers of groter dan tussen individuen van verschillende rassen (Serpell et al). De één is extrovert, de ander introvert, de één is sneller bang, de ander blijft altijd “cool”, de één is liever lui dan moe en weer een ander is het liefst de hele dag aan het werk.
Temperament/persoonlijkheid gaat over een relatief stabiel patroon van gedragingen die karakteristiek zijn voor een individueel dier.

Het is opvallend dat voor Briards die de fok in gaan, één enkele gedragstest volstaat, je weet immers pas of dat wat je meet, stabiel is, als je dit meerdere keren test. Dat is net zo waar voor honden als voor mensen. Als je iemand een persoonlijkheidstest laat doen op de dag na het overlijden van zijn moeder, krijg je een heel ander resultaat dan als je hem een aantal jaren later test wanneer de persoon in een gelukkige periode van zijn leven is. We zien dit ook bij honden: loops zijn, nodig moeten plassen, net gestoken zijn door een bij, etc. etc. kunnen allemaal invloed hebben op de uitslag van een enkele gedragstest. Bovendien bestaat er geen enkele gedragstest die volledig wetenschappelijk gevalideerd is en is het zonder meer uitsluiten voor de fok op basis van een gedragstest uiterst discutabel gezien de lage erfelijkheidsgraden voor gedrag- en werkeigenschappen.

Over gedragstesten gesproken....
Er zijn verschillende testen ontworpen om gedragingen van honden te scoren. M.n. In de blindengeleidehondenprojecten was hiervoor veel aandacht, immers kost de opleiding tot blindengeleidehond veel geld en is het prettig als je zo vroeg mogelijk in het leven van een hond, weet of deze al dan niet geschikt is om te kunnen werken.
James Serpell van de Universiteit van Pennsylvania ontwikkelde hiervoor de C-BARQ: Canine Behavioral Asessment & Research Questionnaire), die beschikbaar is voor alle hondenbezitters.
C-BARQ bestaat uit 100 vragen die door de eigenaar moeten worden beantwoord.
Uit wetenschappelijke analyse die gebruik maakte van C-BARQ vonden Serpell en zijn collega's dat die variëteit aan persoonlijkheden binnen een ras net zo groot of zelfs groter was, dan de verschillen tussen rassen. Alleen weten wat voor een ras een hond is, heeft slechts een beperkte waarde of is misschien zelfs nutteloos. Het ras van de hond is niet de grootste voorspeller voor persoonlijkheid of temperament.
Neem even de tijd, registreer je en vul 'm voor je eigen Briard in op de site van C-BARQ. Leuk om de uitslag voor je eigen hond te lezen en je dient de wetenschap 😉

Referenties
* Hradecká et al, 2015, meta-analyse
* Svartberg, Kenth. "Individual Differences in Behaviour - Dog Personality." Behavioural Biology of Dogs. Ed. Jensen, P. Wallingford, Oxfordshire; Cambridge, MA: CABI International, 2006. 182 - 206
* Beuchat, Carol. Erfelijkheidsgraad van hondengedrag begrijpen
*Dog Behaviour: Problems and Solutions, Edx-course DOGx003, by dr. Clyve D.L. Wynne, Arizona State University

error: Content is protected !!