Spring naar inhoud

De voor- en nadelen van inteelt


9/9/2014
Door Darol Beuchat PhD
Met toestemming vertaald door briardinfo.nl en overgenomen van de website van het Institute of Canine Biology.

Zelfs 100 jaar geleden kende men al de kosten en baten van inteelt, en zelfs al werden de mechanismen niet volledig begrepen, wisten fokkers wel uit ervaring dat er wisselwerkingen optraden. De Inteelt Coëfficiënt was geformuleerd om te dienen als instrument om deze risico's en voordelen te kwantificeren, die nuttig zou zijn bij het maken van beslissingen in de fok.

Het is gemakkelijk een lijst te maken:

VOORDELEN

  • toegenomen uniformiteit
  • toegenomen overheersing  (mogelijkheid om eigenschappen over te dragen op nakomelingen)

vastleggen van gewenste eigenschappen en rastype

NADELEN

  • verminderde vruchtbaarheid
  • verminderde levenskracht
  • geboorte afwijkingen
  • kleinere jongen
  • kleinere nesten
  • langzamere groei
  • hoger aantal doodgeboortes
  • kortere levensverwachting
  • toename genetische ziekten
  • verminderd genetisch potentieel (mogelijkheid om een eigenschap te verbeteren)

Waarom verhoogt inteelt uniformiteit en dominantie?
Inteelt verhoogt de homozygositeit. Daarmee bedoelen we, dat er twee (of meer) allelen in de populatie zijn voor een gen, de frequentie van AA en aa zal toenemen en Aa en aA zullen afnemen. Als een hond homozygoot is voor AA, dan kan hij alleen het A- allel aan zijn nakomelingen doorgeven, het is “vastgelegd” voor het A – gen. Hoe groter de mate van homozygositeit van het genoom van een dier, des te gelijkvormiger zullen zijn nakomelingen zijn, omdat ze allemaal van dat ouderdier hetzelfde allel in vele genen krijgen. Als je een ras probeert te fokken met specifieke eigenschappen, is dat een groot voordeel. Verscheidenheid tussen de verschillende nestgenoten zal kleiner zijn en het ingeteelde ouderdier zal “dominant” genoemd worden – het produceert nakomelingen met een herkenbaar “uiterlijk”.

Dit zou allemaal prima zijn, behalve dan dat de natuur niet erg van homozygositeit houdt. Uit honderden studies van vele verschillende soorten, zowel plantaardige, als dierlijke (huisdieren inbegrepen), blijkt een onweerlegbaar bewijs, dat er voor homozygositeit een prijs betaald moet worden. Wright merkte al op, dat:

“ . . . het kan gemakkelijk aangetoond worden, dat de afname van levenskracht bij de aanvang van inteelt in een voorheen willekeurig gefokte groep direct in verhouding staat tot de toename van het percentage homozygositeit” en “ Waar het de andere effecten van inteelt betreft, het vastleggen van karakters en verhoogde dominantie, deze staan natuurlijk in directe verhouding tot het percentage homozygositeit.”

Dit wordt geïllustreerd in onderstaande grafieken.  “Fitness” is een maatstaf voor het vermogen van het dier om nakomelingen te verwekken, die genetisch aan de volgende generatie kunnen bijdragen. Het verwekken van nakomelingen, die zelf géén nakomelingen voortbrengen, levert een “fitness” op van nul. Het zou kunnen zijn, dat de nakomelingen onvruchtbaar zijn of gestorven na de geboorte, of te langzaam of te dom om een roofdier te ontvluchten – het doet er niet toe wat,  van belang is of de genen van het dier al of niet in de genenpool zullen blijven gedurende de volgende generatie.

 

Inteelt reduceert fitness (de rode lijn) en de  afname van de fitness is evenredig aan de mate van inteelt. Deze verminderde fitness wordt “inteelt-depressie”genoemd, hetgeen een verzamelnaam is voor alle dingen, die een rol spelen in de vermindering van de fitness. Als je met een gekruiste plant (dus met een hoge heterozygositeit) begint, die zichzelf bestuift (zelfbevruchting, dus geen zorgen over de genetica van een partner), zal de kiemkracht van de geproduceerde zaden verminderen. Als je doorgaat met zelfbestuiving van opeenvolgende generaties, zal de afname van de kiemkracht proportioneel zijn aan de inteelt coëfficiënt en daardoor ook de mate van homozygositeit (de blauwe lijn).

Dit is een erg handige verhouding. De voor- en nadelen van inteelt staan in directe verhouding tot de IC. Dit betekent, dat een fokker een mate van inteelt kan kiezen , die een goed evenwicht vormt tussen de voor- en de nadelen.

Inteeltdepressies bij honden
Zijn er gegevens, die een negatief effect van inteeltdepressie bij honden tonen?

Hier zijn enige gegevens over de nestgrootte van 6 hondenrassen uit de rapporten van de Zweedse Kennel Club Het eerste, waarvoor ik wil waarschuwen, is dat dit vermoedelijk IC’s van 10 generaties zijn, waarvan wij al weten, dat zij waarschijnlijk de ware IC onderschatten, vooral voor rassen, waar al een lange tijd mee gefokt is (b.v. Goldens en Labradors). Begrijpt dus wel, dat de plaatsing van deze lijnen ten opzichte van elkaar waarschijnlijk niet de realiteit is.

Voor ons doel is dat echter niet zo belangrijk. Wat wij willen zien, is de invloed van de IC op de nestgrootte, en zoals gezien door Wright en vele anderen, de afname van de nestgrootte is lineair aan de toename van de inteelt.

De hellingsgraden van deze lijnen vertellen ons precies, wat de "kosten-baten" verhouding is. Voor deze rassen is de hellingsgraad ongeveer 0.1, wat betekent dat een toename van de inteelt met 10% de nestgrootte met ongeveer 1 afneemt. Indien een normale nestgrootte ongeveer 6 is, zou een IC van 30% - hetgeen niet ongewoon is in vele rassen – de nestgrootte met de HELFT doen verminderen! Dat betekent half zoveel nakomelingen, van welke je je keuze kunt maken en bovendien moet je je realiseren, dat deze puppy's een verminderde fitness hebben op de wijze, die Wright al geconstateerd heeft – ze zijn waarschijnlijk kleiner, minder levenskrachtig, hebben meer afwijkingen bij de geboorte en een hogere sterfte, een langzamere groei, een kortere levensduur en natuurlijk een vaker voorkomen van genetische gebreken, veroorzaakt door recessieve mutaties.

Hoe manifesteert inteeltdepressie zich bij de nakomelingen? De invloed op puppy-sterfte is duidelijk. Deze gegevens over de Beagle hebben jammer genoeg alle honden met een IC lager dan 25% in één groep geschaard (dus we kunnen daar geen effect zien), maar de doorsnee sterfte bij dag 10, was hoger dan 20%. Bij een toename van de inteelt boven de 25%, neemt ook de sterfte toe, tot ongeveer 30% voor honden met een IC tussen 25 en 30% en nog meer, als de IC stijgt.

In Grote Poedels, leven honden met een IC die kleiner is dan 6% 4 jaar langer dan die met een hoger IC en het risico op een maagtorsie is ongeveer proportioneel aan de toename in de IC -een 10% toename in IC verhoogt het risico op een maagtorsie met ongeveer hetzelfde percentage.

In Berner Sennenhond, verlaagt elke 10% verhoging van de IC, de levensverwachting met 200 dagen. Voor een hond met een IC van 30%, is dat een verminderde levensverwachting van bijna  twee jaar.

Hoeveel inteelt is teveel?

Dat is de vraag voor het millioen. Als inteelt alleen maar goed zou zijn, zouden fokkers vrolijk met die inteelt door blijven gaan en de honden zouden er wel bij varen. Maar de meeste fokkers en kwekers hebben moeite met het beheersen van inteelt en wel vanwege de bovenstaande problemen. Dus: Hoe moet je de nadelen tegen de voordelen afwegen?

De vuistregel voor duurzaam fokken van zowel wilde, als van gedomesticeerde dieren is de inteelt beneden de 5% te houden en 10% als de bovenste limiet voor een populatie aan te houden. Er kunnen incidenteel dieren zijn, die een veel hoger percentage hebben (bij voorbeeld daar waar meerdere kuddes gehouden worden voor outcross binnen een lijn), maar als het gemiddelde van een populatie boven de 10% stijgt, begint het bergafwaarts te gaan. Als de vruchtbaarheid afneemt en de nestjes kleiner worden, worden er iedere generatie minder dieren geboren en die hebben een groter risico op genetische afwijkingen, kortere levensduur en een algemeen gebrek aan levenskracht. Dit ontaardt in een negatieve spiraal, die de “uitstervings vortex” wordt genoemd en als een bepaalde populatie eenmaal dit pad afgaat, is het zeer moeilijk om daar weer uit te komen. Ik herhaal: de drempel voor dit fenomeen ligt bij een IC van 10%. Bij de meeste veerassen, die duurzaam gefokt zijn, is de IC hieronder gehouden. Organisaties die blindengeleide- en diensthonden fokken, houden de inteelt beneden de 10%. Maar onder de raszuivere stamboomhonden, zou een dergelijke IC, teruggerekend naar de founders, wel eens zeer moeilijk te vinden kunnen zijn. En de tekenen voor inteeltdepressie en de andere consequenties van inteelt zijn overduidelijk: nestjes met één pup, hoge aantallen gevallen van kanker bij jonge honden, allergieën en vele andere kwalen, die tegenwoordig “normaal” schijnen te zijn bij het fokken van honden.

 

 

error: Content is protected !!