Spring naar inhoud


12/9/2016
Door Dr. Carol Beuchat
Met toestemming vertaald door Briardinfo.nl en overgenomen van de website van het Institute of Canine Biology.

Het laatste decennium heeft er een grote verandering plaats gevonden in de wijze waarop we omgaan met genetische aandoeningen bij honden. Moderne gen technologie stelt ons nu in staat om enkelvoudige mutaties die specifieke aandoeningen veroorzaken relatief eenvoudig te identificeren. Er zijn DNA testen beschikbaar die toegevoegd worden aan de lijst van de routine van gezondheidsonderzoeken, die verantwoordelijke fokkers laten doen en de hond wordt “getest op gezondheid” verklaard.

Zoals ik elders al eens heb aangegeven, screenen DNA-testen op mutaties, niet op gezondheid. We weten met zekerheid dat er in elke hond en in elk ras veel meer mutaties aanwezig zijn, dan waar we nu vanaf weten, simpelweg omdat ze zich nog niet als ziekte in een hond hebben geopenbaard. Een hond kan redelijk gezond zijn, maar we kunnen zeker zijn dat het tientallen fouten in zijn genen draagt die onschadelijk zijn als enkelvoudige allelen, maar die als paar geërfd serieuze problemen kunnen geven.

Een heel interessant onlangs verschenen artikel, beargumenteert dat de “één gen, fenotype of ziekte concept”-benadering van onze genetische test programma's veel te simplistisch is.

In werkelijkheid, zien we dat een mutatie in een enkel gen, meerdere aandoeningen kan veroorzaken, niet alleen afhankelijk van omgevingsfactoren, maar ook van de “genetische omgeving”- de andere genen in dat individu.

Een ziekte veroorzakende mutatie zou alleen een probleem kunnen worden in een deel van de individuen die ook enkele andere regulerende genen draagt, genen die op elkaar inwerken zodat de expressie van een eigenschap verandert. We noemen dit “penetrantie”, wat eigenlijk een beleefde manier is om te zeggen dat een mutatie niet de enige reden is en we niet weten wat de andere milieu- of genetische factoren zijn die ook zouden kunnen meespelen.

De auteur pleit voor een verandering van perspectief welke fundamentele gevolgen heeft voor hoe we de genetische basis van ziektes in mensen en zeker ook in honden, benaderen. Onze benadering van genetische testen is gebaseerd op de veronderstelling dat we gezonde honden kunnen fokken door specifieke genen die deze veroorzaken, te elimineren, tenminste voor monogenetische aandoeningen. De auteur stelt een ander benadering voor.

“Critisch bekeken, zou het belangrijk kunnen zijn om het gebruik van deterministische begrippen te herevalueren, zoals de termen “oorzaken” of “opgelost”, aangezien zulke termen te simplistisch en onterecht stellen dat monogenetische aandoeningen penetrant zijn en minimaal variabel en dat allelen en Mendeliaanse loci niet kunnen worden beïnvloed door het omringend genoom” (Katsanis 2016)

Het ontwarren van complexe relaties die expressie van mutaties beïnvloeden waarvan gedacht werd dat ze Mendeliaans overerfbaar waren, gaat op zijn best moeilijk worden Er zijn verder problemen als blijkt dat gebrekkige testprotocols de bron blijken te zijn van dissonante uitkomsten, zoals we recentelijk hebben laten zien als de oorzaak voor de test voor de mutatie die geassocieerd wordt met degeneratieve myelopathie (Turba et al 2016). ( een primer* mismatch bleek de oorzaak van een incorrecte genotypering voor de SOD1 genen.)
(*Noot redactie Briardinfo.nl: Een primer is een klein stukje DNA of RNA dat gebruikt wordt als startpunt van de polymerasekettingreactie (een manier om uit zeer kleine hoeveelheden DNA specifiek één of meer gedeeltes te multipliceren tot er genoeg van is om het te analyseren). Er zijn steeds twee primers nodig, de forward en de reverse primer, één voor de coding-streng en één voor de template-streng.)

Het idee dat we de problemen van genetische aandoeningen bij honden kunnen oplossen, zelfs die veroorzaakt worden door simpele monogenetische mutaties, is misleidend. De gezondheidsstatus van een hond is niet de som van zijn gekende mutaties. Het fysiologische en biochemische proces achter elke eigenschap en functie zijn complex en de genen en andere factoren die hun expressie beïnvloeden des te meer.

Het selecteren in de fok tegen specifieke aandoeningen is niet de weg om gezonde honden te fokken. We moeten een groter, meer holistische kijk aannemen, erkennen dat we niet alles weten van de genetische en milieufactoren die op extreem complexe wijze op elkaar inwerken. Als we gezondheid nastreven, moeten we fokken voor de gezondheid van de hele hond.

Neem een paar minuten om dit uitdagende artikel te lezen (in het Engels). Het laat je misschien de weg zien naar echt gezonde honden op een totaal andere manier. Je kunt HIER een kopie downloaden.

Katsanis N. 2016. The continuum of causality in human genetic disorders. Genome Biology 17:233. DOI: 10.1186/s13059-016-1107-9

Turba ME, R Loechel, E Rombola, GGandini, & F Gentilini. 2016. Evidence of a genomic insertion in intron of SOD1 causing allelic drop-out during routine diagnostic testing for canine degenerative myelopathy. Anim Gen; doi: 10.1111/age.12525

 

 


Er kwam een vraag binnen, of er verschil is tussen recente inteelt en oude inteelt. 

Het antwoord: Recente inteelt en oude inteelt hebben inderdaad verschillende effecten. Recente inteelt heeft de neiging om in blokken van genen te verschijnen en dat die genen in blokken worden doorgegeven aan de nakomelingen. Hoe verder de inteelt toeneemt, hoe groter deze blokken worden. Dit heet "linkage disequilibrium", wat betekent dat twee merkers zich niet onafhankelijk van elkaar overerven. Grote blokken van genen maken het moeilijker voor een fokker om te selecteren voor bepaalde (gewenste) genen en tegen andere (ongewenste) genen, het wordt dus moeilijker eigenschappen te verbeteren.

Zoals je waarschijnlijk weet vindt er tijdens de meiose (wanneer eitjes en sperma worden gevormd) een uitwisseling plaats van DNA via "crossing-over". Dit splitst de blokken genen, dus oudere inteelt zit minder waarschijnlijk vast in een blok van genen die gezamenlijk zijn geërfd.

Hieronder staan drie panels van inteelt op de chromosomen, van één (links) tot 38 (rechts; je ziet de getallen boven elk panel staan). Er is één strip  voor elke 20 honden in een panel (zelfde honden in elk panel). Recente inteelt (ongeveer 6 generaties) staat in de bovenste panel. Oudere inteelt (50 generaties) in het midden en oude inteelt (>100 generaties onderaan).

 

Briardinfo.nl is een initiatief van een aantal Briard liefhebbers die zich zorgen maken over de verwantschap en inteelt binnen ons ras en die zich willen inzetten voor het op duurzame wijze behouden van ons geliefde ras voor de toekomst . Via deze website willen wij met name kennis en inzicht bij fokkers, rasverenigingen en liefhebbers vergroten.

We zijn verheugd dat Carol Beuchat PhD, van het Institute of Canine Biology toestemming heeft gegeven haar artikelen te vertalen en hier te plaatsen. Ook zijn we de mensen van Genetic Counselling Service dankbaar dat wij enkele artikelen van hen hebben mogen overnemen om op deze site te plaatsen.
Waar nodig, geven wij een toelichting over hoe de situatie er bij de Briard voor staat. Belangrijkste is in ieder geval om bij het lezen van veel artikelen, om te onthouden dat de inteelt bij de Briard gemiddeld boven de 20% ligt.

Ook zal deze website een database gaan bevatten, waar je eenvoudig de Inteelt Coëfficiënt over ALLE generaties kunt laten berekenen van je hond of combinatie die je in gedachten hebt. Immers de 5 of 10 generaties die gebruikelijk zijn bij de Briard geven geen correcte weergave van de werkelijkheid*. Er wordt momenteel nog aan gewerkt om de database te optimaliseren voor deze website, maar mocht je al gegevens willen, kan dat via email: redactie@briardinfo.nl

Wij staan open voor vragen, kritiek, suggesties en aanvullingen.

*hier een voorbeeld ter illustratie hoe misleidend het rekenen over 5 of 10 generaties kan zijn. Dit is een grafiek van de Berner Sennenhond, maar het zelfde principe geldt voor de Briard.

 

error: Content is protected !!