Spring naar inhoud

De juiste -en verkeerde- manier om DNA testen te gebruiken


Door dr Carol Beuchat
Met toestemming overgenomen en vertaald van de website van het ICB
Sinds er de afgelopen jaren testen voor specifieke mutaties beschikbaar zijn gekomen, is het mantra van fokkers dat hun puppy’s uit “op gezondheid geteste” ouders komen. Fokken zonder eerst de beschikbare DNA testen te hebben gedaan wordt in hun denkbeeld als hoogst onverantwoordelijk beschouwd. Maar er is een goede manier om DNA test resultaten te gebruiken, maar ook een foute.
Als je dit leest, zul je waarschijnlijk jezelf als een verantwoorde fokker beschouwen. Laten we wat virtuele honden fokken, waarbij we wat informatie van DNA testen gebruiken en zien hoe je het doet! Alles wat je nodig hebt, is een pen en papier, samen met je ervaring als verantwoord fokker.
Oké, we hebben een teef die we willen laten dekken en we hebben 7 mogelijke reuen geselecteerd (S1 t/m S7). We rangschikken deze op volgorde van wat wij het beste vinden passen voor een reu in termen van structuur, temperament, gezondheid, levensduur, werkkwaliteiten, of welk criterium dan ook maar belangrijk is voor jou. We hebben drie groene sterren gegeven aan de honden die we het hoogst plaatsen en één groene ster voor de honden die we het laagst plaatsen. We zijn echter bereid elk van hen te gebruiken. Neem aan dat we de relevante fenotype testen hebben gedaan (dat is heupen, ellebogen, ogen, hart, etc.) en de resultaten voor deze allemaal acceptabel waren.
Het eerste wat we moeten doen, zijn de beschikbare DNA testen voor recessieve mutaties die bekend zijn binnen ons ras. In dit geval is er één, voor de “rode cirkel” eigenschap. Onze teef is draagster, net als twee van de reuen. De dragers heb ik gemarkeerd met een rode X op de kaart en de honden die vrij zijn hebben blauwe vinkjes.
Nu hebben we onze op gezondheid geteste honden uit welke we de perfecte reu gaan selecteren voor onze teef. Rangschik de reuen, gebruik makend van onze sortering op algehele kwaliteit, samen met je informatie van de gezondheidstesten, waarbij 1 je favoriete keus is en 7 je laatste keus.
Maak op je papier kolommen voor S1 t/m S7 en in de eerste rij daaronder schrijf je de klassering voor elk van je potentiële reuen.
Laten we zeggen dat je nog iets meer moeite hebt gedaan voor je je beslissing maakt en je in staat was om de verwachte gemiddelde inteelt coëfficiënt te bepalen voor de nesten die zouden voortkomen uit de paring van jouw teef met elk van de zeven reuen. (Je kunt deze informatie halen uit de Verwantschapscoëfficient, welke een index is van de verwantschap van een paar honden en die bepaald kan worden op basis van zowel stamboom als DNA informatie. De Verwantschapscoëfficiënt van een koppel honden is gelijk aan de inteelt coëfficiënt van hun potentiële  nakomelingen).
Laten we de voorspelde inteelt coëfficiënt voor de nesten aan onze tabel toevoegen. Rangschik de honden, nu ook rekening houdend met deze informatie, opnieuw van 1 tot 7 en zet deze data in de volgende rij van je tabel. Heeft dit je eerste rangschikking veranderd?
Dit is meestal alle informatie die een fokker heeft over de honden die hij wil gebruiken voor zijn fok.
Je hebt de potentiële ouderdieren laten testen op de “rode cirkel”mutatie en ontdekt dat twee reuen drager zijn. Voor beide geldt, dat er een risico is van 25% dat ze puppy’s voortbrengen die homozygoot zijn voor de rode cirkel mutatie. Je kiest er waarschijnlijk voor om deze twee reuen te schrappen van je lijstje kandidaten, wat het risico van aangedane puppy’s in dit nest verlaagt van 25% naar 0%.
Je fokt met je hoogst geklasseerde reu en je teef krijgt een prachtig nest met puppy’s. Je adverteert je puppy’s dat ze uit geteste ouders komen, houdt een leuke puppy  voor je eigen fokprogramma en de rest gaat weg als huishond. Enige tijd later neemt één van de eigenaren contact met je op met de mededeling dat hun puppy een serieuze erfelijke bloed afwijking heeft en ze vragen hoe dit kan, aangezien jij beweerde dat de puppy’s uit op gezondheid geteste ouders komen.
Inderdaad. Hoe kan dit?
We weten alleen wat we kunnen weten. We kunnen weten of de hond een mutatie heeft als we daarvoor een test hebben. We testen zodat we wisten wat de status was voor de rode cirkel mutatie in al onze mogelijke ouderdieren.
Maar de meeste honden hebben vele recessieve mutaties sluimeren in hun genoom waar geen DNA test voor is en waarvan we met geen mogelijkheid kunnen weten, zolang ze niet tot uiting komen. Het is duidelijk dat er een mutatie in je ouderdieren aanwezig was waarvan je geen weet had. Je voelt je verschrikkelijk, biedt een andere puppy aan en duikt in stambomen  om uit te vinden hoe het kan dat je een puppy gefokt hebt met een genetische aandoening nadat je zo zorgvuldig bent geweest.
Als er geen DNA test is voor een recessieve mutatie, kan een ziekte plotseling opduiken welke je nog nooit in je lijnen  hebt gezien, doordat je per ongeluk twee dragers hebt gepaard. Dit is waarom, dat als iemand claimt dat ze alleen binnen hun eigen kennel fokken omdat ze “weten wat er in hun lijnen zit”, je weet dat ze óf genetica niet begrijpen, óf ze oneerlijk zijn. Het is niet mogelijk om te weten wat de recessieve mutaties in je lijn zijn als er geen manier is om ze te detecteren.
Dit brengt je in een lastig parket. Alle honden hebben recessieve mutaties en er zullen er altijd een paar zijn waar je geen weet van hebt. Hoe vermijd je die?  Dit is als op je tenen een mijnenveld oversteken, waar er drie mijnen zijn die je niet kunt zien maar gemarkeerd zijn met een vlag, maar je weet dat er nog 28 verstopt liggen. Eén verkeerde stap en je zult je schepper ontmoeten. Als dit mutaties zijn, verborgen in je honden, is dit een aardig hectische manier van fokken.
Laten we dit verstandig aanpakken. Wat als er twee mijnenvelden zijn en je kunt kiezen welke je wilt oversteken. Het eerste mijnenveld heeft 3 mijnen waar je weet van hebt en kunt vermijden en 28 verstopte mijnen. Het tweede mijnenveld heeft ook 3 gemarkeerde mijnen, maar slecht 6 verstopte. Als je nog niet klaar bent voor een leven na de dood, zou je logischerwijs kiezen om het tweede mijnenveld over te steken, waar het risico om opgeblazen te worden slechts 25% is van het risico van het oversteken van het andere veld.
Hoe past dit in honden fokken? Laten we eens het gordijn optrekken en de mutaties die we niet konden zien,onthullen voor de honden in ons fokprogramma.
​Nu zien we het probleem. Onze teef heeft niet één maar drie mutaties die ook aanwezig zijn in onze “geteste” reuen. Kijk nog eens naar je laatste rangschikking van de reuen. Nu je de andere mutaties ziet, ben je dan nog steeds blij met deze rangschikking? Als je de rangschikking wilt veranderen, voeg dan nog een rij toe aan je tabel met deze nieuwe beoordeling.
Geweldig, zeg je. Maar in de echte wereld, als we geen testen hebben voor deze onbekende mutaties, is er geen enkele manier om ze te vermijden, toch?
In feite is die er. Je hebt slechts één stuk informatie nodig die je in feite al hebt- de voorspelde inteelt coëfficiënt van het nest.
Herinner je dat inteelt is gedefinieerd als de waarschijnlijkheid van het erven van twee kopieën van het zelfde allel van een voorouder. Inteelt is per definitie homozygotie. Als de inteelt coëfficiënt van een hond 25% is, dan is de waarschijnlijkheid dat er twee kopieën van het zelfde allel van een voorouder geërfd wordt, 25%. Als dat allel een recessieve mutatie is, dan is het risico dat je een genetische aandoening fokt door die recessieve mutatie ook 25%. Gelijk daaraan, als de inteelt coëfficiënt 10% is, dan is het risico op een genetische aandoening door een recessieve mutatie ook 10%.
Denk hierover eens na. Je deed de mutatie test om 25% risico te elimineren op het fokken van een recessieve genetische aandoening uit twee dragers. Maar we legden net uit dat de inteelt coëfficiënt ons het risico vertelt van het fokken van een genetische aandoening van ELKE recessieve mutatie, degene waar we van weten en degene die we niet kennen.
Dus we kunnen slim zijn wat dit betreft. We kunnen het risico van alle recessieve mutaties beheersen door beheersing van de inteelt coëfficiënt van het nest. Als we testen voor de rode cirkel en dragers elimineren, zou het dom zijn om dan reu #6 te gebruiken. We hebben betaald om 25% op een bekende mutatie te elimineren, doe dan geen paring met een 29% risico op een genetische aandoening door een andere mutatie die we niet kennen.
Laten we dit opnieuw lezen.
We hebben getest, de dragers geëlimineerd zodat er geen kans was om puppy’s te fokken met de bekende mutatie, dan een “vrije” hond gebruikt met een risico van 29% op puppy’s met een aandoening door een andere mutatie die we niet kennen.
Je mag dan met “op gezondheid geteste” honden fokken, maar je fokt nog steeds puppy’s met een significant risico op genetische aandoeningen door recessieve mutaties..
Ga terug naar wat we weten over de inteelt coëfficiënt. Als ons nest een voorspelde IC heeft van 10%, dan is het risico op ELKE mutatie die een probleem veroorzaakt slechts 10%, inclusief degene waarvoor we betaald hebben om te testen. Dit is omdat de ouders met een verwantschapscoëfficiënt van 10% genetisch minder gelijk zijn dan ouders met een verwantschapscoëfficiënt van 25%. Als de ouders minder gemeenschappelijke genen hebben, is er een lagere kans dat een puppy er twee krijgt van dezelfde mutatie van beide ouderdieren.
Het is dus simpel. Verlaag het risico op genetische aandoeningen bij je puppy’s door het verlagen van de verwachte inteelt coëfficiënt van je nest.
Als je hierover nog nooit eerder hebt nagedacht, zou dit het moment moeten zijn dat er een lampje gaat branden bij je. Al deze “gezondheidstesten” zijn een verspilling van tijd en geld als we partners kiezen die een nest opleveren met een inteelt niveau van 38%.
Dit is de VERKEERDE MANIER waarop we DNA testen gebruiken. De Fokker gelooft dat hij er alles aan doet wat mogelijk is om gezonde puppy’s te fokken die lang en gezond leven. Maar in feite markeren ze de bekende landmijnen met vlaggen, nemen dan aan dat de kust veilig is, zonder het risico te overwegen van alle verstopte explosieven.
Om gezonde puppy’s te fokken, moeten we het risico op ALLE recessieve mutaties zo lag als mogelijk houden, zowel die waarvan we weet hebben als die we niet kennen. Je kunt het risico inschatten op basis van de verwantschapscoëfficiënten. Deze getallen kunnen berekend worden met een stamboom database, of (zelfs nog beter) ze kunnen bepaald worden uit genotype data uit DNA.
Verspil je geld niet aan DNA tests om vervolgens op een manier te fokken die een hoog risico met zich mee brengt op het voortbrengen van een ziekte. Gebruik deze testen om alle risico te elimineren waarvoor we kunnen testen, gebruik vervolgens de verwantschapscoëfficiënten om zeker te zijn dat we het risico op onbekende mutaties, verstopt in het genoom van elke hond,  zo klein als mogelijk hebben gemaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!