Spring naar inhoud

Mate van inteelt bij honden en paarden: een vergelijking


Door Carol Beuchat PhD
Met toestemming vertaald en overgenomen door Briardinfo.nl van de website van het Institute of Canine Biology

Inteelt is een onderdeel van het proces in het vormen van een ras in gedomesticeerde dieren en wordt gebruikt om homozygotie van de genen te bewerkstelligen, welke voornamelijk zorgt voor type en ras-specifieke eigenschappen (OMIA). Is de mate van inteelt in raszuivere honden hoger dan in andere rassen van gedomesticeerde diersoorten? Hoeveel inteelt is nodig om een ras van een gedomesticeerd dier te produceren?

Allereerst, dienen we het begrip “ras” te definiëren. We zullen de algemene definitie nemen; de dieren behorend tot een specifieke groep die een set van herkenbare karakteristieken heeft, die deze groep onderscheidt van andere rassen en die als eigenschap heeft dat ze deze eigenschappen betrouwbaar doorgeeft aan de nakomelingen. Deze definitie voldoet voor rassen die strikt gezien “raszuiver” zijn (d.i. gefokt binnen een gesloten genenpool), als wel voor landrassen.

In een ander artikel (Inteelt van rashonden bepaald aan de hand van DNA), heb ik een overzicht gepubliceerd van de gemiddelde niveaus van inteelt in hondenrassen, overgenomen van een recent gepubliceerd verzamelwerk, gebaseerd op directe metingen aan de hand van DNA (Dreger et al 2016). Deze data laten zien dat de meeste hondenrassen in hoge mate zijn in geteeld, met gemiddelde inteelt niveaus die de mate van inteelt overschrijden, die het resultaat zijn van halfbroer en -zus paringen (12,5%). Het is zelfs zo dat meer dan de helft van de rassen een gemiddelde inteelt coëfficiënt groter dan 25% heeft, dat is gelijk aan een paring tussen een volle broer en zus van niet verwante ouders. Dit betekent dat voor de meeste rassen, de meeste paringen bestaan uit een reu en teef die genetisch meer gelijk zijn dan volle broer en zus.

De vraag die we willen stellen is, of deze mate van inteelt typisch is voor raszuivere honden, of gelijk is aan die van andere gedomesticeerde diersoorten.

Om deze vraag te beantwoorden, heb ik data gebruikt uit een artikel waarin de niveaus van inteelt van bijna 40 paardenrassen gedocumenteerd zijn (Petersen et al 2013) en heb dezelfde methode gebruikt voor de data van honden (d.i., heterozygotie van duizenden SNP markers). De rassen omhelzen een breed scala, van modern sport paard, tot drafpaarden met een geschiedenis die honderden jaren terug gaat en zelfs landrassen.

Ik heb deze data op dezelfde assen gezet als welke voor de data van de honden is gebruikt en deelde de grafieken in voor beide in het gemiddelde niveau van inteelt en één voor de maximale voor elk paardenras. (Jammer genoeg, waren de maximale waarden voor honden niet gerapporteerd )
Zoals eerder, heb ik referentielijnen ingetekend voor inteelt niveaus van 6,25% (groen; het resultaat van neef-nicht paring), 12% (geel, paring tussen halfbroer en -zus) en 25% (rood, paring tussen volle broer en zus).

Er staan hieronder drie grafieken, de eerste betreft de data van de honden (…...) Daaronder, staan twee grafieken voor paarden: één met de gemiddelde inteelt coëfficiënt voor elk ras (vergelijkbaar met de data voor honden) en de tweede met de maximale inteelt coëfficiënten.

INTEELT COËFFICIËNTEN IN HONDEN


(From the blog post Inbreeding of purebred dogs determined from DNA)

INTEELT COËFFICIËNTEN IN PAARDEN
(Data from Petersen et al 2013)
Gemiddelde (boven)
Maximale (onder)

Bij paarden is er maar één ras, dee Clydesdale, die een gemiddelde inteelt heeft die de 25% (bovenste rode lijn) te boven gaat, terwijl in vergelijking met honden, ongeveer 75% van de hondenrassen een inteelt coëfficiënt had van boven de 25%. Bij de helft van de paardenrassen is de inteelt lager dan 12,5% (geel) , terwijl dit bij slechts een handvol hondenrassen zo is. Zelfs bij de maximale waarden bij paarden, heeft slecht ongeveer 1/3 van de rassen een maximale inteelt coëfficiënt die groter is dan 25% (onderste, rode lijn).

Deze data zijn een overtuigend bewijs dat inteelt in honden veel hoger is dan nodig om een populatie te produceren die consistent genoeg is in eigenschappen om als ras te kunnen worden beschouwd.


Referenties

Dreger DL, M Rimbault, BW Davis, A Bhatnagar, HG Parker, & EA Ostrander. 2016. Whole genome sequence, SNP chips and pedigree structure: building demographic profiles in domestic dog breeds to optimize genetic trait mapping. http://dmm.biologists.org/lookup/doi/10.1242/dmm.027037.

Petersen JL, JR MIckelson, EG Cothran, and others. 2013. Genetic diversity in the modern horse illustrated from genome-wide SNP data. PLoS One 8(1): e54997. doi:10.1371/journal.pone.0054997.

error: Content is protected !!